Interview: Elizabeth Kauna Simon

 

 

Van kleins af aan werd Kauna Simon groot gebracht met Penduka. Na het overlijden van haar vader werd ze grotendeels grootgebracht door haar tante Martha. Martha heeft een beperking en kwam in de jaren '80 op die manier in aanraking met Christien Roos, de oprichtster van Penduka. Martha werd voor Christien een voorbeeld van hoe 'empowerment' van vrouwen in Namibië hun leven kan veranderen. Kauna begon op haar 26ste bij Penduka en groeide van serveerster en kamermeisje in 8 jaar door naar de positie van general manager. We spreken met Kauna over haar motivatie, over de kracht van Penduka en over haar droom om ooit een eigen restaurant te openen.

 

 

Een interview met Elizabeth Kauna Simon:

I. Algemene Informatie

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw tijd bij het Penduka-project beschrijven?

“Toen ik een jaar of tien was en op school zat, ging ik vaak op bezoek bij mijn oma in het noorden. Daar leerde ik Christien (oprichtster van Penduka, lees meer over haar in ons projectverslag) kennen. Zij kende mijn tante en maakte altijd plezier met ons toen we nog klein waren! Na mijn school ging ik naar Windhoek, en waren Christien en mijn tante Martha altijd van goede invloed op mij. Tante Martha heeft een beperking en is via Christien van het aller begin betrokken bij Penduka!”

“Op mijn 26ste ben ik officieel begonnen met werken voor Penduka. Dat was in 2007. Hiervoor had ik al wel eens wat geld verdiend als kapster, maar dit was mijn eerste echte baantje. Eerst werkte ik hier als een serveerster en kamermeisje. Toen waren we met Penduka echt nog in de beginfase. Al vrij snel kreeg ik een vast contract en werd ik meer allround ingezet. Ik werd meer en meer een vaste kracht en werd gepromoveerd als supervisor over het restaurant en de accommodaties. Later werd ik zelfs senior-supervisor! In 2009 werd ik weer gepromoveerd, tot hoofd-hospitality. Ik heb nooit hoger onderwijs gevolgd, maar in die tijd mocht ik van Penduka naar workshops en cursussen, waar ik enorm veel van leerde! Het gaf me het gevoel dat ik verder kon komen dan ooit. In 2012 werd ik zelfs 'general manager'. Maar dit veranderd voor mij niet veel, deze titel. Ik doe nog steeds gewoon mijn werk.”

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

“Door Penduka heeft een groot deel van de vrouwelijke gemeenschap in de omgeving een kans gekregen. Een kans op scholing, een kans op een baan, een kans op een inkomen. Al deze kansen zorgen voor hen voor een groeiende eigenwaarde. De focus ligt bij Penduka ook op mensen met een beperking, de zwakkere in de gemeenschap. Gehandicapten, maar ook ouderen. Dat maakt het werk erg bijzonder. Ik denk ten slotte dat ook het feit dat het project min of meer teruggegeven is aan de gemeenschap, van grote waarde is. Er is geen baas, er is niemand voor wie we moeten inschikken. Het voelt echt alsof Penduka van onszelf is.”

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

“Ik denk dat de grootste motivatie altijd een bepaald geloof in iets is. Voor mijzelf was dit het geloof in mijn tante: als zij het kon, waarom zou ik het dan niet kunnen? Zij liep op krukken en verzette met Penduka nog steeds bergen met werk. Ik loop gewoon op twee voeten. Waarom zou ik me dan niet kunnen inzetten voor de gemeenschap? If you want you can reach higher and higher! Mijn droom is uiteindelijk om ergens in het noorden, waar ik oorspronkelijk vandaan kom, een eigen café te hebben. Ik heb een cursus in voedingskunde gehad, en goede voeding is enorm belangrijk! Dat moet er voor iedereen in de community zijn.”

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

“Het sterkste punt van het project is de positieve vibe. Die is er eigenlijk altijd geweest, er is weinig ruimte voor onzekerheid. Het project geeft zekerheid. Het is een van de weinige projecten dat al zo lang bestaat hier in de omgeving. Christien begon hier al in 1992! De meeste projecten zijn afgevallen, opgehouden. Maar niet Penduka. Daardoor is het geloof in dit project ongelooflijk groot. God has his ways with Penduka.”

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

“Waar Penduka nog vooruitgang kan boeken, is dat we het land waarop we zitten, moeten kopen. Tot op dit moment pachten we het nog van de lokale overheid. Dat zorgt ervoor dat grote investeringen, grote ideeën niet worden gestimuleerd, want wie weet is het morgen wel niet meer ons land! Om die barrière weg te nemen moeten we dat land echt in bezit krijgen.”

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

“Sociale ontwikkeling is voor mij een plek zoals Penduka. Het is een plek waar mensen samenkomen, waar mensen geïnspireerd raken. En wel op zo'n manier dat het ze motiveert en activeert. Dat ze bevangen worden door een bepaald idee van: we can do it! Je maakt jezelf hierdoor bekend met allerlei zaken, je leeft met een open blik. Zo ontstaat voor mij sociale ontwikkeling.”

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

“Met betrekking tot Penduka hebben wij bijvoorbeeld het Wereldfonds dat geld geeft aan ons tuberculose-programma. Dit programma zorgt ervoor dat er hier in de regio extra banen worden gecreerd, dat er voorlichting is, enzovoorts. Het zorgt dus voor vooruitgang. Ik zie het dus alleen maar als positief dat die ontwikkelingsprojecten er zijn. Mensen die niet van hier zijn kunnen echt wel iets toevoegen hoor. Soms hebben zij bepaalde scholing en kennis die wij niet hebben. Dat kunnen we dan goed gebruiken!”

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

“Soms maken mensen die hier in Namibië een project willen beginnen het zichzelf wel moeilijk. Dat komt omdat ze hier dan vooral voor zichzelf zijn. Maar dat houdt je niet lang vol. Maar je moet hier zijn voor de gemeenschap, voor de zwakkeren! Dat kan volgens mij je enige motivatie zijn. Dat geeft soms moeilijkheden. Maar dat heeft niets te maken met waar je vandaan komt, maar met je hart.”

 

d. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

“Ik denk dat projecten die opgezet zijn door locals het vaak ontbreekt aan dezelfde dingen: training, bepaalde scholing, een netwerk. Ze moeten dus heel erg werken aan hun sociale ontwikkeling: ga rondkijken hoe bepaalde dingen werken. En ben daarbij niet bang om ook hulp te vragen van buiten de gemeenschap, buiten je lokale omgeving. Het belangrijkste is dat je goed gaat kijken, goed gaat netwerken, goed informatie verzameld voor je aan een ontwikkelingsproject begint. Belangrijker misschien dan of je kleinschalig bent of lokaal.”

 

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

“De mensen uit Europa denken bij Afrika eerst over alle ziektes. Daarna bedenken ze zich over alle criminaliteit die er is in Afrika en daarna nog over de armoede. Ik denk dat de realiteit is dat je het meer van beide kanten moet bekijken. Ik was ooit in Nederland en daar zag ik ook prostituees, ik heb ook mensen fietsen zien stelen. Maar dat is niet het eerste waar ik aan denk als ik weer naar Nederland ga.”

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

“Ik denk dus dat je het anders moet bekijken. Wij zijn het rijkste continent in de wereld, maar we hebben niet de moed of de kennis om te gebruiken wat God ons gegeven heeft. Dat is wat men moet gaan zien. Afrika heeft geweldige rijkdommen, maar het moet alleen nog ontdekken hoe ze die kan gaan inzetten! Dat is toch veel positiever!”

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

“De beste oplossing is om zelf naar Afrika af te reizen, en puur durven te ervaren. Niet met angst, niet met vooroordelen. Niet geloven wat andere mensen je op de mouw spelden. Dan sluit jij jezelf buiten van het zien van alle mooie dingen op het continent. Dat is eeuwig zonde.”

 

d. Wat doet Penduka eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

“Penduka is betrokken en laat de mensen die hier komen zien dat men niet angstig moet zijn over Namibië, over Afrika. We laten zien hoe het leven hier echt is en proberen de mensen één ding te laten begrijpen: mensen proberen hier ook simpelweg te overleven, met het weinige dat ze hebben. Maak dan eens de vergelijking met waar jij vandaan komt, met wat jij hebt. Dat klopt toch niet? Laten we daar nu eens een balans in vinden. Penduka geeft zo een goede vibe af. Het is een beetje mensen met de neus op de feit drukken. Kijk! Zo is het hier, hoe kan het nu dat dit verschilt van jou land, jou thuis? Maar dan ook laten zien dat mensen hard werken om hieruit te komen. Dat is wat Penduka doet en moet blijven doen.”