Interview: Zakaria Ezz Labib

 

 

Zakaria Ezz Labib is de oprichter en voorzitter van de Green Dessert Association. Zakaria studeerde landbouwkunde aan de universiteit van Minya. Hij voert een zevenkoppig bestuur aan. Green Dessert Farm is in 2008 begonnen met het cultiveren van een aantal hectare grond, midden in de woestijn. Sinds 2009 hebben ze ook toestemming van de overheid om dit te doen. Inmiddels heeft de association meer dan 10 echte leden. Lid wordt je niet zomaar, Zakaria kiest leden van verschillende geloven, achtergronden en leeftijden, die volgens hem hart voor de zaak hebben. Veel van de leden zitten ook in het bestuur. Zakaria is en blijft echter eindverantwoordelijke.

 

 

Een interview met de oprichter van de Green Dessert Farm:

                                                                    I. Het project

 

           a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

Ooit als student ben ik begonnen met het vechten voor betere leefomstandigheden in mijn dorp. Ieder jaar probeerde ik een verbetering voor elkaar te krijgen. Ik schonk vee, liet de oever van de Nijl verstevigen en zorgde voor een veerbootje naar de overkant. Er kwam een schooltje en een elektriciteitsnet. Maar ik bleef er tegenaan lopen dat mensen van verschillende achtergronden met elkaar bleven botsen. Heel lang geleden verloor ik hieraan een broer en een oom.

In 2008 begon ik hier in de woestijn aan het verwezenlijken van mijn droom. Met de boerderij wil ik niet alleen een productieve plek creëren waar mensen kunnen leven van het land. Ik wilde dat de boerderij ook een plek werd waar mensen samenleven, zonder dat religie of afkomst daarbij een rol speelt. We leven op de boerderij volgens hele simpele kernwaarden. Deze waarden maken geen onderscheid op basis van dat soort zaken. Iedereen is in de eerste plaats een mens voor ons, en daarna pas Christen of Moslim.

Maar eerst moest ik het bedrijf, de boerderij op de rails krijgen. Ik ben in 2008 begonnen met het cultiveren van een stuk woestijngrond. Het plaveien van de hoofdwegen, het slaan van een grondwaterput, leggen van irrigatiekanalen, planten van gewassen en later ook het aankopen van vee. Langzaam maar zeker werd de woestijnvlakte steeds groener. Ik kon toen ook gaan denken aan zaken die niet direct met landbouw te maken hebben, maar meer met mijn droom. We zijn dus echt volledig vanaf nul begonnen hier in de woestijn.

 

          b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op uw gemeenschap en de omgeving?

Inmiddels hebben we door de tijd heen al 50 verschillende mensen op de boerderij kunnen laten werken, zowel Islamitisch als Christen. Bovendien komen er al af en toe groepen om op de boerderij te leren over landbouw en over mijn droom. Als we zo doorgaan als nu, dan zullen we iets bereiken dat ik 'safe life' noem. Mensen kunnen onderwijs volgen, kunnen puur leven van de landbewerking die ze doen en kunnen zonder conflict leven, allemaal op mijn boerderij.

Voor nu wordt ik echter ook gedwongen om te kijken naar de nabije toekomst: hoe kan ik GDF op de korte termijn gewoon goed blijven runnen, zonder uberhaubt te denken aan stappen vooruit?

 

          c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

Voor mijzelf ligt de motivatie in mijn jeugd. Toen ik 15 jaar oud was werden mijn broer, schoonbroer en oom vermoord door Islamiten. In mijn dorp vochten die twee geloven altijd. Gewoon omdat ze elkaar niet begrepen! Ik voelde al die problemen, en wilde iets doen om mensen dichter bij elkaar te brengen, Islamitisch of Christelijk. Bovendien was mijn dorp erg arm, er was niets. Dit project beginnen was ook een hoop op betere tijden. Ik wilde graag datgene verzorgen voor anderen waaraan het mij had ontbroken in ons dorp. Boeren in Egypte zijn daarbij simpele mensen, die het leven simpel willen houden, eerlijk en puur leven. Dat gecombineerd met die droom om iets te doen voor mijn omgeving, leidde tot het Green Dessert Farm-project.

 

          d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

Het sterke punt van Green Dessert Farm is op dit moment dat de leden allemaal echt hart voor de zaak hebben, echte passie. Het zijn allemaal mensen die er voor elkaar zijn, niet voor geld, niet voor zichzelf. Al deze mensen hadden allemaal een andere keuze kunnen maken, maar ze zijn allemaal hier. Ze hebben allemaal het doel om iets te doen voor elkaar en voor de gemeenschap.

 

          e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

Geld is altijd een uitdaging voor ons. Ik denk dat we kunnen zeggen dat de plannen en de visie er absoluut zijn. De expertise op het gebied van landbouw is zeker ook aanwezig. Natuurlijk zijn er uitdagingen, zoals het instabiele landsbestuur en de natuurlijke factoren. Maar er zijn vooral een hoop zaken (dromen) die echt prima gerealiseerd kunnen worden, alleen zijn de middelen er niet altijd. Ik heb nog zoveel dromen, maar alles moet stap voor stap. Dat is soms erg lastig.

 

 

                                                         II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

 

          a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

Over het algemeen denk ik dat er wereldwijd zeer veel goede mensen en organisaties zijn, die allemaal iets willen bereiken. Ik denk dat leiderschap bij dit alles erg belangrijk is voor een gemeenschap. Iedere gemeenschap, klein of groot heeft een leiderfiguur nodig die aan de basis staat van ontwikkeling. Iemand waar mensen tegenop kijken, door worden geïnspireerd, jaloers op zijn voor mijn part. Iemand die steeds voor een eerste vonk zorgt. Ik hoop bijvoorbeeld dat ik die persoon kan zijn voor Green Dessert Farm en in mijn dorp. Diegene die voor de 'spraks' zorgt.

 

          b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

Buitenlandse ondersteuning is absoluut bruikbaar, voor GDF misschien zelfs wel onmisbaar. Het probleem in Egypte is dat we veel mensen hebben die buitenlands geld in hun eigen zak steken onder het mom van een of ander ontwikkelingsproject. Westerse organisaties moeten hier wat mij betreft veel meer bovenop zitten. Geld geven alleen is niet genoeg. Zoek beter uit waar jij je geld aan geeft, geef het niet simpelweg! Als al het geld uit het buitenland zou worden geinvesteerd in mensen die het echt goed besteden, dan zou het hier allemaal een stuk beter gaan. Het is frustrerend om dat fout te zien gaan, terwijl Green Dessert Farm-project soms financieel zo krap zit! Dat is ook een goede tip aan In2Afrika. Kijk goed naar alle projecten en geef niet simpelweg

 

          c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

Het is veel beter wanneer Westerse projecten samenwerken met Egyptenaren, in plaats van helemaal zelf aan de slag gaan. Dit in de eerste plaats puur om praktische redenen. Vaak ontbreekt het niet-Afrikaanse organisaties ook weer aan eem netwerk, aanlokale kennis. Mensen van buiten zouden veel problemen hebben om hier een dergelijk project te beginnen. De overheid zal dit tegenwerken. Het is moeilijk om land te krijgen, bijvoorbeeld. Het contact met de mensen hier, is dan ook moeilijk.

Ik ben dus groot voorstander van het samenwerken met locals, in de eerste plaats wegens alle voordelen. Daarnaast denk ik dat monitoren ook een valkuil kan zijn. Zelfs de Nederlandse organisatie die ons ondersteunt (Stichting Teje, red.) zou hier eigenlijk veel vaker moeten komen. Niet omdat ik niet te vertrouwen ben, maar gewoon om met eigen ogen te zien welke stappen we maken, waar hun hulp naartoe gaat. Natuurlijk maakt de afstand dit lastig, maar hierin zou meer geïnvesteerd kunnen worden wat mij betreft.

 

          d. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

Dit zijn vooral praktische problemen. In Egypte ben je vaak afhankelijk van een overheid, die op dit moment nog erg instabiel is. Sinds de revolutie duren overheidszaken erg lang. Het heeft bijvoorbeeld jaren geduurd voor ik dit stuk grond daadwerkelijk in mijn bezit had.

Maar buiten de praktische problemen vind je in Egypte genoeg mensen en organisaties die zonder bijbedoelingen hun streek, stad of land vooruit willen helpen.

 

          e. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

Ik ben het met jullie eens, vooral wat betreft kleinschaligheid en de lokale aard van projecten. GDF werkt ook ongeveer via die manier. We zijn begonnen vanuit ons eigen dorp, dus lokaal en op kleine schaal. Maar op die manier kun je ook groter beinvloeden: soms gaat het ZO goed dat het groot wordt, en je buiten je eigen lokale kern treed. Dus ben het zeker eens met het lokale principe, maar je moet niet bang zijn om ook mensen daarbuiten te beinvloeden. Maar dat komt vanzelf. Zie het als een plant, die moet groeien. Van woestijn naar gecultiveerd gebied!

 

 

                                                           III. Beeldvorming omtrent Afrika

 

          a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

Mensen in het Westen zien Afrika soms als een andere wereld. Mensen hebben vaak het idee dat er in Afrika minder intelligente mensen zijn. GDF laat zien dat er in Afrika complexe projecten opgezet worden die inhoudelijk zeer sterk en diepgaand zijn. Er zijn in Afrika bovendien heel veel mensen die heel erg hard proberen vooruit te komen. Mensen die proberen te helpen en er iets van proberen te maken. Mensen uit het westen zien dit vaak helemaal niet. Ze zien niet dat deze mensen ook proberen verder te komen, zien alleen dat deze mensen achtergesteld zijn. Daardoor zien ze deze mensen niet voor vol aan.

 

          b. Wat is uw mening over dit imago?

Ik denk dat dit onterechte beelden zijn. Egypte bijvoorbeeld, is helemaal geen arm land! We hebben de Nijl en haar oevers van zeer vruchtbaar 'black land'. De woestijn is bovendien ondanks alles een erg rijk gebied. En we hebben niet eens een regering die ons ondersteund, zoals jullie. Het Westen moet dit beeld veranderen, het helpt ons helemaal niet.

 

          c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

Ik zeg niet dat we geen hulp nodig hebben. Vroeger ging er veel geld naar Afrika, dat in de verkeerde zakken verdween. En dat is natuurlijk verkeerd. Maar het is ook een beetje het onheil over jezelf afroepen, wanneer je niet komt kijken hoe het hier nu echt is. Iedere westerling moet ons dus komen bezoeken! Je kunt niet praten of oordelen over een plek waar je nog nooit geweest bent. Laat staan zomaar geld sturen! Dit is naief en je zult achteraf teleurgesteld zijn in Afrika terwijl het je eigen schuld is.

 

          d. Wat doet het Green Dessert Farm-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

Er is hier erg veel ellende, maar iedereen heeft de kracht om door te gaan! We doen iets heel erg moeilijks. Weet je hoe moeilijk het is om een zaadje te planten in de woestijn. VANUIT HET NIETS! Dat is pas kracht. En kijk hoeveel er nu veranderd is al, in 8 jaar! Ook dat is wilskracht, daar kunnen mensen iets van leren.

De Green Dessert is daarbij een metafoor voor het leven. Als je ervoor kiest alleen voor jezelf te leven en met negatieve gevoelens jegens anderen (andere religies) leef je in een de dessert. Wanneer je dit loslaat en een simpeler leven leidt waarin iedereen mens is en waarin je andere en je omgeving helpt, maak jij je dessert green!