Interview: Jannet Gumbo and Simba Maunga

 

Sinds 2012 ondersteund het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) uit Amsterdam drie ziekenhuizen in ruraal Zimbabwe, die worden aangestuurd door de Dominicaanse zusters in Harare. Een vriendschapsband ontstond en daarmee stichting Ushamwari. Deze stichting zet in op het ondersteunen van de Zimbabwaanse collega's. Kleinschalig, met structurele projecten. Een van de ziekenhuizen is het St Theresa's ziekenhuis, in Charandure, Mvuma. Op locatie interviewen wij Janet Gumbo, hoofd opleiding binnen de verpleegstersschool, en dr. Simba Maunga, op dit moment de enige dokter in St. Theresa's. Met hen spraken wij over bureaucratie, over ontwikkeling en over 'the black blanket'.

 

 

Een interview met zuster Janet Gumbo & dr. Simba Maunga:

I. Algemene Informatie

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

In de jaren '60 van de vorige eeuw vestigde de Dominican Sisters, een missie oorspronkelijk uit Duitsland, zich hier in Zimbabwe en stichtte onder meer ons St Theresa's ziekenhuis in Charandure, Mvuma. Een aantal zusters werk nog steeds hier in het ziekenhuis, met hun overste gevestigd in Harare. Deze Dominicanen hebben op een bepaald moment gezocht naar vakkundige ondersteuning vanuit het buitenland. Zuster Patricia Walsh heeft uiteindelijk een juiste partner gevonden in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, van huis uit natuurlijk ook een 'church-based' ziekenhuis. Binnen het OLVG hebben dokter Willem Blok en een aantal collega's in 2012 uiteindelijk stichting Ushamwari opgezet. Zij hebben ons ziekenhuis en de andere twee partnerziekenhuizen met allerlei zaken gesteund. Ushamwari staat voor vriendschap. De vriendschap tussen het OLVG en de rurale ziekenhuizen hier in Zimbabwe.

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

Ushamwari heeft ons sinds 2012 met allerlei zaken gesteund. Zij hebben ervoor gezorgd dat er hier voor het eerst computers kwamen, die natuurlijk noodzakelijk waren voor de communicatie met Nederland. Ook hebben ze ondersteund bij de renovatie van het watersysteem hier binnen het ziekenhuis.

Veel belangrijker is echter de samenwerking op medisch gebied. Door de internetverbinding kunnen we nu patiënten en hun ziektebeelden voorleggen aan onze collega's in Amsterdam. Ook houden zij ons op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en vinden er regelmatig fysieke uitwisselingen plaats tussen artsen en verpleegkundigen uit Nederland en Zimbabwe. Daarnaast steunt Ushamwari ons bij het verbeteren van ons laboratorium. En men is bezig met het onderzoeken van de haalbaarheid van screening op baarmoederhalskankeronderzoeken omdat dit in onze omgeving een van de meest voorkomende vormen van kanker bij vrouwen is.

De grootste impact heeft tot nu toe misschien wel het diabetes-project gehad. Binnen ons bestaande home-based-care programma heeft Ushamwari ons geholpen de aanpak van diabetes te verbeteren. Diabetes is een steeds groter probleem hier. Doordat wij de mensen met klinieken in de catchment-area kunnen bereiken, in combinatie met de bloedsuiker-meters die Ushamwari ons heeft weten te leveren, hebben we de diabeter in ons verzorgingsgebied echt stevig kunnen aanpakken! Mensen hoeven niet helemaal meer naar St Theresa's om testen te ondergaan en bovendien is de medicatie in de klinieken gratis. Door deze lagere drempel hebben we echt progressie geboekt op dat gebied.

Een ander belangrijk onderdeel van het home-based-care programma is de voorlichting over HIVen AIDS, voor jongeren en voor ouders die hun kinderen moeten voorlichten. Ook van dit programma merken we dat het een duidelijke impact heeft.

 

c. Wat heeft St. Theresa's als organisatie gemotiveerd om in deze samenwerking te participeren?

J: Het ziekenhuis is heel belangrijk voor ons. Wij als ontwikkelingsland realiseerde ons dat deze samenwerking heel vruchtbaar kon zijn, dat het ons veel te bieden had. Het paste bij ons, en we kunnen ons erdoor ontwikkelen. Toen het OLVG en het idee voor Ushamwari op ons pad kwam, waren we direct gemotiveerd.

S: Wij doen dus gewoon wat wij denken dat ons ziekenhuis vooruit kan helpen, zo simpel is het. Dat is onze motivatie.

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

De uitwisseling van informatie en personen is het sterkste punt van de samenwerking. We wisselen kennis uit, zowel online als fysiek dus, en dit verbetert ons werk van dag tot dag. We kunnen ideeën uitwisselen, en het OLVG kan ons de goede weg wijzen waar dat nodig is. Problemen die voor ons een uitdaging zijn leggen we voor aan Amsterdam, en dat verbeterd de zorg voor de patienten hier. Maar misschien nog belangrijker is dat het OLVG en St Theresa's echt partners zijn, echt vrienden. Wij weten wat er in Amsterdam gebeurd en onze collega's blijven op de hoogte van alles in Zimbabwe. Die uitwisseling is een heel erg sterk punt. Onze 'ushamwari' is heel sterk.

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

S: Dit zijn allemaal praktische problemen, wensen en uitdagingen voor de toekomst.

Een praktisch probleem in een afgelegen gebied is bijvoorbeeld het internet. Dat is heel belangrijk voor ons voor de correspondentie met Nederland en andere plekken. Het werkt nu redelijk, maar blijft dat ook zo?

J: Daarnaast zouden we graag het exchange programme uitgebreider zien, van beide kanten. We zouden graag nog meer kennis opdoen uit en in Amsterdam, en we hopen dat er meer mensen van het OLVG ons hier komen bezoeken.

Graag zouden we ook een kanker-screaning(baarmoederhalskanker) opzetten samen met NL. Hier hebben we hulp bij nodig en men is hiervoor onderzoek komen doen, maar nu ligt het al een tijdje stil. Hier zouden we graag weer een vervolg aan geven.

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

J & S.: voor ons is sociale ontwikkeling hoe je ervoor kunt zorgen dat iemand iets beter kan laten doen dan voorheen, hoe je verbetering kunt aanbrengen in mensen en hun levens. Het gaat eigenlijk altijd om mensen, hoe je hun vooruit kunt brengen, hun positie maar ook wat ze kunnen.

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

S: In onze positie zien we vooral het goede van development-aid, van de ondersteuning. Wij hebben er veel profijt van. In onze sector zien we het vooral positief in, omdat de ondersteuning ons eigenlijk alleen maar profijt biedt. In de gezondheidszorg zien we weinig dingen die fout gaan als er ondersteuning van buitenaf komt.

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

J: In Zimbabwe moet je altijd rekening houden met de overheid. Zeker in de gezondheidszorg moet je je laten registreren als je betrokken wil zijn in de gezondheidszorg en moet je toestemming krijgen om een project te doen of in deze sector te werken.

S:Voor Ushamwari is het van de andere kant misschien nog wel vrij gemakkelijk, omdat de gezondheidszorg en medische hulp inhoudelijk vrij uniform zijn. Als je wil beginnen aan een sociaal project is dit vaak veel minder duidelijk en transparant, en dan gaat de overheid veel sneller vragen stellen en drempels opwerpen.

Het ligt vaak ook aan het land waar de hulp vandaan komt, maar dit is politiek. Sommige landen hebben een betere relatie met Zimbabwe dan anderen.

 

d. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

J: Community ownership is voor ons een heel belangrijk uitgangspunt, ook voor Ushamwari en het ziekenhuis specifiek. De communitie moet zich realiseren dat het in hun belang is wat je doet, en ze moeten er een aandeel hebben. Het werk dat je voor de mensen hebben moet een beetje van hun zijn. Daarnaast zijn kleine projecten beter te beheersen en te monitoren. Dit is ook een belangrijk voordeel. Wat dat betreft zijn dit wel waardevolle principes.

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

S:Het beeld is dat heel Afrika valt onder 'de derde wereld'. Heel Afrika wordt als onderontwikkeld gezien.

J: Soms lijkt het net of men een zwarte doek voor de ogen heeft wanneer het om ons continent gaat. We worden gezien als onbekend, en daardoor als donker, als eng.

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

J: Laten we eerlijk zijn, soms klopt dit ook wel. Maar er is een grote 'maar'. Er gebeuren zoveel goede dingen hier in Zimbabwe en in de rest van Afrika, maar de grote 'black blanket' van het standaard beeld dat er bestaat overheerst alles en mensen weten vaak niet hoe het hier is. Ze kennen alleen een stereotype over Afrika. Als mensen dan hier komen, zien ze dat het toch wel anders is dan het beeld dat er in het algemeen bestaat.

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

Wat mensen zien 'on the ground' is vaak heel anders dan het beeld dat er bestaat. Deze ervaring opent iemands ogen. Dat mensen hier komen kijken is dus heel belangrijk! Daarom vinden wij de uitwisseling met Amsterdam binnen Ushamwari ook zo belangrijk.

 

d. Wat doet het Ushamwari-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

Als ziekenhuis vinden we het beeld dat mensen van ons hebben erg belangrijk, omdat we soms afhankelijk zijn van externe ondersteuning. We proberen een goede relatie op te bouwen, échte Ushamwari. We willen absoluut objectief zijn over onze status en hoe alles gaat, dit is voor ons de basis om relaties/vriendschappen met andere partijen te onderhouden. We staan altijd open voor discussie en verbetering van buitenaf. Op deze manier laten we zien hoe de situatie hier echt is, en hoe we hard werken om ons te ontwikkelen.