Interview: Joram Ndagga

 

In 2013 begon Milou van Mulken op de Bussi Island Primary School het 'Lunch for a Child'-project. In de van zomer van het voorafgaande jaar onmoette ze Joram Ndagga, via het studentenplatform AIESEC, in Kampala. Uit deze samenwerking volgde een nieuw avontuur. Om de schoolprestaties van de kinderen op Bussi Island te verbeteren moest er een tuin bij de school komen, waar de ouders van de kinderen voedsel konden verbouwen. Dit voedsel zou als lunch dienen voor hun eigen kids. Investeren in de toekomst van je kind heet dat. En het project kwam er. Op dit moment is er een tuin van 2 hectare, waarvan de kinderen al drie dagen in de week een lunch kunnen nuttigen. Graag wilt het project zo snel mogelijk groeien naar een lunch voor iedere schooldag. Maar er zijn een hoop issues en uitdagingen. De ouders zijn een pittige partij om rekening mee te houden en op het eiland heeft iedereen een eigen agenda, zo blijkt. Bovendien raken Milou en Joram ook sterk betrokken bij het welzijn van de school zelf. De problemen die daarbij komen kijken gaan ook meer en meer een rol spelen bij het 'lunch voor een kind-project'. Van een tekort aan leraren tot een teruglopend aantal leerlingen en ouders die in de tuin kunnen participeren. We spreken met Joram over zijn persoonlijke motivatie, over de rol van de media in de Westerse beeldvorming en over de storende rol die grote NGO's soms spelen.

 

Een interview met Joram Ndagga:

I Algemene Informatie

 

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

 

Eerste contact met de school hadden we toen Milou hier in Kampala aan AIESEC deelnam, in de zomer van 2012. Ik zat daar op dat moment in de organisatie. Het project waaraan wij haar gekoppeld hadden werkte niet optimaal, dus stopte ze hiermee. Ik probeerde Milou daarna te herplaatsen. Op een volgende stageplaats ontmoette Milou een Amerikaanse dokter. Deze dokter werkte aan een opzet waarbij ze medicijnen schonk aan rurale gebieden. Zij wilde naar Bussi-Island om te kijken of dit daar een meerwaarde zou zijn. Milou zou meegaan, met een aantal andere AIESEC-studenten, in principe vooral om het ziekenhuis op het eiland te helpen. Op het eiland had ze bij Bussi-Island Primary een goed gesprek met een aantal mensen van de school. Zo raakte Milou erg geïnteresseerd en geïnspireerd.

 

Milou keerde daarna terug naar Kampala en vertelde mij (als AIESEC bestuurder) over haar interesse in de school. Ze begon nog in Kampala met fundraising, om schoenen te kopen voor de kinderen in de school. Binnen 2 weken was dit geld er en konden de schoenen gekocht worden!

Hierna verliet ze AIESEC en wilde ze zich volledig focussen op de school. Ik ging daar al snel in mee, nu buiten mijn rol als AIESEC-bestuurder, mijn contract daar was inmiddels voorbij.

 

Na de schoenen-actie had Milou de smaak te pakken. Ze wilde verdergaan met de school, maar haar tijd in Uganda zou al snel aflopen (augustus 2012). Ze vroeg mij om de zaken ter plaatsen te regelen, wanneer zij naar Nederland zou terugkeren. Er kwamen meer schoenen (februari 2013) en meer feedback over deze actie. Maar al snel leken de schoenen niet duurzaam als project. Samen gingen we opzoek naar iets dat dit wel was. Zo kwamen we op het 'Lunch voor een Kind'-project. In zomer 2013 kwam Milou met dit idee terug naar Bussi. Toen werd er een begin gemaakt aan de huidige opzet.

 

We gingen praten met de ouders, met de 'head-teachers', en met andere betrokkenen. Een belangrijke factor was het betrekken van de ouders in de plannen, want zij zouden uiteindelijk de dragende factor moeten worden in het bewerken van het land. De ouders waren natuurlijk erg benieuwd naar wie die Muzungo (blanke mens) was die schoenen had geregeld voor hun kinderen. De eerste bijeenkomst was dus zeer drukbezocht. We introduceerde het idee van het verbouwen van voedsel voor hun kinderen. Het idee werd zeer enthousiast ontvangen en we konden aan de slag. Op het vasteland van Kampala kochten we alles dat nodig was om het project te beginnen. Alles werd aan de ouders gedoneerd. Er werden afspraken gemaakt: op woensdag en vrijdag wordt er gewerkt in de tuin. Zo begon men met het vrijmaken van het land voor de Bussi Island Primary-garden.

 

In die tijd ging alles erg snel. In de 3 weken dat Milou hier was in de zomer van 2013 werd al het land vrijgemaakt, kregen de ouders de training voor het bewerken van de grond en begonnen we al zeer snel ook met planten! Dit moest ook wel, want in augustus moet het planten beginnen, in de tijd van de regen! Milou moest toen terug naar Nederland, maar ik zette het werk hier voort. Cassave, zoete aardappel en bonen werden geplant. Zo begonnen we dus echt in een stroomversnelling aan het project.

 

 

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

 

Tot op dit moment zijn we zover dat we 3 dagen per week een lunch voor onze kinderen kunnen verzorgen. Voor de kinderen is dit een extra motivatie. Naar school komen, maar ook meer energie en tijd steken in het onderwijs zelf! Ze kregen dus daadwerkelijk de energie om harder te studeren en om te gaan deelnemen aan meer dan alleen school: competities, buitenschoolse activiteiten.

 

Maar het serveren van lunches voor de kids, is een groot deel van de impact ook geweest dat de betrokkenheid van de ouders bij de school sterk is toegenomen.. De voormalig head-teacher maakte misbruik van ons schoenen-project. Hij verkocht de schoenen die over waren voor zijn eigen beurs. De ouders namen het heft in eigen handen en zorgde ervoor dat de man werd vervangen. Door het project raakte de ouders dus nog meer betrokken, wilde niet het risico nemen dat ook het lunch-project door hem verkeerd zou gaan.

 

Het project zit nu echter op een moeilijk moment. De ouders zijn niet meer zo geïnteresseerd en betrokken als eerst. Bovendien heeft de school tegenwoordig ook andere dingen aan haar hoofd, zoals het behouden van de leraren en het teruglopende aantal leerlingen. Ook voor de ouders is dit natuurlijk een prioriteit. Er kan lunch zijn, maar Bussi-Primary is in de eerste plek een school. Zonder leraren is lunch niet belangrijk. Dit maak het werken aan het project op dit moment erg lastig.

 

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

 

Ik probeerde een tijd lang te solliciteren in Kampala, maar dat liep niet altijd goed af. Ik vond niet wat ik zocht, voelde nooit echt die ultieme betrokkenheid. Toen Milou me vroeg om aan boort te komen bij dit project, zag ik het als een echte mogelijkheid een verschil te maken. In plaats van achterom kijken en negatief zijn over de baantjes die ik niet kreeg of die onbevredigend waren, wilde ik vooruit kijken en betrokken zijn in een project dat echt een verschil maakt voor mensen. En om te zien wat we dan nu al bereikt hebben, dat is echt een grote inspiratie voor mij. Geeft mij echt kracht om door te gaan.

 

 

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

 

Het sterkste punt is misschien ook wel dat we zo self-sustainable zijn. Niet naar korte termijn kijken, maar altijd duurzaamheid in gedachten houden. Bovendien is het natuurlijk ultiem duurzaam dat je de ouders van de kinderen die de lunch krijgen, die lunch ook verbouwen. Wat is een sterkere motivatie dan dat?! De participatie van de ouders draagt dus ook bij aan die sustainebillity.

 

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

 

  • Genoeg en goede leraren krijgen in de school

  • Motivatie van de ouders

  • Efficiency van de oogst

 

En dan ook echt in die volgorde. Het zijn dus echt de praktische zaken. Valkuil is dan misschien wel dat het lunch voor een kind natuurlijk ultiem afhankelijk is van het welzijn van de school. Zaken binnen de school zitten natuurlijk niet in hun portefeuille, maar deze hebben wel een groot effect op het project. We worden hier dan dus ook zwaar in betrokken. Dat is een grote uitdaging.

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

 

 

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

 

Ontwikkeling is natuurlijk heel breed. Maar voor mij start ontwikkeling altijd met iets kleins. Mensen een idee geven hoe ze weer een stapje verder kunnen komen. Het gaat vooral om het geven van een beetje hoop voor de toekomst. Door een klein idee of opzetje kun je die hoop creeëren, en zo creeër je ontwikkeling. Met een maaltijd per dag creeëren we een betere uitgangspositie voor de kinderen om op school zoveel meer te kunnen doen. Dat is ontwikkeling.

 

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

 

Ik zou niet willen zeggen dat het meer slecht dan goed veroorzaakt heeft. Het is dus absoluut geen slecht initiatief. Voor een hoop mensen hier zal de Westerse ontwikkelingshulp vast een levensgroot verschil maken.

 

Maar wat ik wel zie is dat foreign aid altijd met haken en ogen gepaard gaat. Hiermee bedoel ik, dat ontwikkelingshulp vaak alleen op de voorwaarde van de Westerse organisatie gebeurd. Het slechtste wat je kunt doen is naar een ontwikkelingsgebied komt alleen met je eigen ideeën over het leven daar en hoe het te verbeteren. Dan ga je volledig de mist in. Hulp moet komen met de insteek om de community te begrijpen die het wilt verbeteren. Sta open voor input uit die community zelf! Ga er dus niet vanuit dat je weet hoe het ergens werkt. Stel je bescheiden op.

 

 

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

 

Zoals ik al zei, komen ze met haken en ogen, terms and conditions. Er spelen bijvoorbeeld politieke overwegingen een rol. Men stelt dat er veel Westerse ontwikkelingshulp gestopt is omdat de president van Uganda een wet over homo-rechten niet heeft aangenomen. Ik denk niet dat het goed is dat die twee met elkaar verbonden zijn. Het is gewoon hun cultuur, die ze dit opdraagt. Ontwikkelingshulp moet niet iets zijn dat alleen onder bepaalde voorwaarden wordt uitgevoerd. Het moet gaan om het bouwen van bruggen, niet om de andere partij naar jouw kant te krijgen.

 

 

 

d. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

 

Ik denk dat dit wel ongeveer klopt. Wanneer een eindresultaat niet zorgt voor ontwikkeling in de omgeving, of niet zorgt voor ontwikkeling voor meerdere mensen, dan is het geen ontwikkeling voor mij. Ontwikkeling is nooit individueel. Small scale is dus ook voor ons het begin, maar het moet wel kunnen groeien! En wanneer je dan natuurlijk het begrip 'small scale' precies voorbijgaat, dat is dan maar relatief. Het sneeuwbaleffect, spill-over is erg belangrijk.

 

 

 

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

 

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

 

Ik denk dat een hoop mensen in het Westen hun beeld van Afrika puur en alleen laten bepalen door wat ze uit de media halen. En ik heb het idee dat mensen in het Westen echt extreem eenzijdig de media volgen. Wat er op het nieuws komt, dat is de waarheid.

Mensen nemen dus niet de moeite om iets voor zichzelf te gaan ervaren, zodat jij je eigen verhaal hebt. Ik denk dat het ongeloofelijk belangrijk is dat je in ieder geval een paar dingen first hand weet, dat je een aantal dingen zelf gaat meemaken en bekijken. Anders blijf je absoluut onwetend.

 

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

 

Het is allemaal erg overdreven, en erg uitvergroot. Daarbij moet ik wel zeggen dat ook beelden die niet negatief zijn, zwaar uitvergroot worden. 'Overal in Afrika lopen olifanten'! Dat is natuurlijk niet waar. Niet perse negatief nieuws natuurlijk, maar de waarheid is het niet. Dat is vreemd.

 

Maar die uitvergroting is misschien ook een punt waarmee Afrikanen in het buitenland geld verdienen voor goede doelen. Het uitvergroten van het leed wordt gebruikt om geld in te zamelen. Ook een slecht ding, want op de korte termijn levert dit misschien geld op, maar op de lange termijn houdt dit het negatieve beeld alleen maar in stand!

 

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

 

Niet iedereen kan het zich veroorloven om naar Afrika te komen natuurlijk. Dus er moet vooral in de media een tegengeluid zijn! Een van die dingen dus: zorg dat je zelf hier komt kijken.

Of wanneer dit niet mogelijk is: zorg dat je mensen die onwetend zijn in contact brengt met mensen die wel geweest zijn. Dicht dat gat tussen die mensen.

 

 

d. Wat doet het Lunch voor een Kind-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

 

Wij proberen het echte beeld te laten zien, in ieder geval van Bussi Island. Niet overdreven, maar wel de moeilijkheden laten zien die een ontwikkelingsproject in Afrika meemaakt.