Interview: Thomas Riganga

 

Thomas Riganga's grote passie is voetbal. Nadat hij zelf als professional in Kenia speelde, besloot hij coach te worden in zijn thuisstad Arusha in Tanzania. In 2011 ontmoette hij Alfred Itaeli, die een voetbalschool in Arusha was begonnen: de Arusha Future Stars. Riganga was erg overtuigd van het project van Itaeli en al snel vroeg deze hem coach te worden voor de Academy. Ondertussen hadden de twee een goede vriendschap opgebouwd gebasseerd op de gedeelde passie voor voetbal, and samen met een heel team coaches leiden zij de Academy die Tanzania's talent van de toekomst traint. Maar Arusha Future Stars werd meer dan dat. Zeker zo belangrijk als presteren in het veld is de sociale ontwikkeling van spelers. Hun aanwezigheid en resultaten op school worden gemonitord, en sociale skills aanleren is net zo belangrijk als leren passen en dribbelen. In Arusha spreken we met Thomas Riganga over voetbal, sociale ontwikkeling en de toekomst van zijn Future Stars.

 

 

Een interview met Thomas Riganga: 

I Algemene Informatie

 

 

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

" Toen hij jong was is Alfred, de oprichter van Future Stars, met een sportbeurs naar America vertrokken. Hij mocht hier studeren, en speelde er ook voetbal voor zijn highschool. Na een mooie carriere als semi-prof in Florida en omstreken besloot Alfred terug te keren naar Tanzania, om hier zijn passie voort te zetten en iets te betekenen voor de plek waar hij vandaan komt. In 2009 heeft hij daarom Future Stars opgericht: een voetbalacademie die kinderen in Arusha dezelfde kansen moet geven die hij gehad heeft.

In 2009 begon het allemaal met het organiseren van een voetbal-zomerkamp voor de kinderen in Arusha, die vrij van school waren. Een mix van studenten van internationale en lokale scholen kwam op het kamp af. Het was een succes, maar na de zomer bleven er een hoop kids over die verder wilden gaan met voetbal spelen! Hiermee heeft Alfred het eerste onder16 team van de Future Stars opgericht. Het doel van de academie was in beginsel het bijbrengen van modern voetbal aan de jeugd. Inmiddels hebbem we ruim 200 spelers, spelen veel van de spelertjes die destijds bij de eerste lichting zaten nu in onder20, het oudste team van de academie en worden Future Stars spelers zelfs geselecteerd voor de nationale jeugdteams van Tanzania! “In 2011 hadden we 6 spelers van de Future Stars in Tanzania onder 18”, vertelt Thomas trots. Ook zijn er al samenwerkingen met profclubs in Tanzania, die regelmatig vragen om de beste spelers van de Stars op stage te sturen.

De lange termijn visie van het project is om ooit een volledig zelfstandige academie te hebben, met een eigen complex, een mooie groep trainers en een stabiele funding. Daar word hard aan gewerkt.

 

Thomas zelf is er na 2 jaar bijgekomen, nu 4 jaar geleden. Hij kwam erbij als trainer, en toen ontmoette hij Alfred. Alfred vroeg hem als vrijwillige trainer maar al snel kwam hij vaker, en er ontstond een band tussen Alfred en Thomas. Alfred liet Thomas een trainerscursus doen op kosten van de AFS, zoals ze dat voor alle coaches doen.

 

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

"De impact op de kinderen is heel belangrijk. Voetbal was ooit het hoofddoel, maar inmiddels is sociale ontwikkeling van onze pupillen minstens net zo belangrijk. In onze academie leren ze sociale skills, maar daarnaast we ook te voorzien in hele basale benodigdheden: schoolfee's bijvoorbeeld. : Onze hoofdregel is 'No school, no play', maar de ouders van sommige spelers kunnen het schoolgeld simpelweg niet betalen. Dan proberen wij bij te springen, wanneer we daar de middelen voor hebben”. Daarnaast worden de pupillen begeleid in het leven in Tanzania. “We brengen onze spelers een bepaalde mate van discipline bij, op én buiten het veld. Ook helpen we ze op het goede pad te blijven, naar school blijven gaan: no school, no play is een goede stok achter de deur!

Het is mooi om te zien dat deze discipline inmiddels zorgt voor een gezonde sociale controle. De oudere spelers houden in de gaten of de jongere jongens wel naar school gaan, en wanneer ze ze niet in de klas zien worden ze daar tijdens de training op aangesproken. “De jongens zorgen inmiddels ook voor elkaar. Soms heeft een student gewoon een standje nodig, maar op andere momenten is er meer aan de hand. Dan ga je op huisbezoek en blijken de ouders het schoolgeld niet te kunnen betalen. Dan proberen we als Future Stars bij te springen waar mogelijk”.

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

“Het is een combinatie van de liefde voor voetbal, en de wens om te helpen aan de sociale ontwikkeling van de kinderen in mijn eigen omgeving”, zegt Thomas. “Ik wil de kinderen niet alleen over voetbal leren, maar ook over andere dingen in het leven”. Voor Thomas is zijn liefde voor kinderen belangrijk, en bovendien is hij ervan overtuigd dat hij goed weet hoe hij met ze om moet gaan: positiviteit, maar ook streng als het moet. “Ik weet hoe ik een vader maar ook een vriend voor ze kan zijn.”

 

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

“Er schuilt een grote kracht in onze hoofdregel: 'No school no play'. Een simpele regel, maar het werkt heel goed! De spelers vinden voetbal nou eenmaal zo leuk dat ze écht naar school gaan! De oudere spelers helpen nu bovendien op eigen initiatief met het naleven van deze regel. Dat is wat we willen!”Een sterk punt dat zich de laatste tijd steeds meer vormt is dat de oudere spelers gaan helpen binnen de academy, bij de jongere teams. “De jongens van onder20 zijn vaak klaar met hun middelbare school, maar hebben geen aansluiting met werk of een vervolgopleiding. Future Stars biedt hun daarom bijvoorbeeld een computercursus aan, om nieuwe skills te leren. Daarnaast leren we ze ook de skills om de jongere teams te trainen. Zo slaan we twee vliegen in een klap: de jongeren leren nieuwe dingen, en wij trainen nieuwe trainers voor de toekomst van de academie.”

 

 

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

“Wat ons op dit moment nog sterk beperkt is dat we met zeer beperkte middelen moeten werken. Graag zouden we meer trainers en hebben en deze ook meer trainers-cursussen aanbieden. Daarnaast zouden we de faciliteiten die we hebben graag verbeteren, om uiteindelijk echt een eigen complex te hebben. Dit is een grote uitdaging, en het is belangrijk dat we werken aan een stabielere funding voor de organisatie”.

 

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

 

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

"Voor mij persoonlijk, is development iets van proberen zoveel mogelijk mensen te helpen. Ik denk dat je altijd klein moet beginnen om vandaar te bouwen naar meer, stap voor stap. Belangrijk daarbij is niet alleen naar nu kijken, maar ook naar de lange termijn. Voor ons betekent dit niet alleen richten op het trainen van goede voetballers, maar in het opleiden van goede mensen. Het is belangrijk dat we de kinderen begeleiden naar een goede toekomst. Development is klein beginnen, en uiteindelijk proberen te groeien naar je doel. Education is hierbij de kern, en in de breedste zin van het woord: in voetbal, in school, en in het leven."

 

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

"De wereld nu is zo verbonden, dat één iemand in je netwerk een groot verschil voor je kunnen maken. Dit is nu mogelijk, die connecties over de hele wereld zijn er en ze kunnen een groot verschil maken voor een klein project. Plekken die meer ontwikkeld zijn moeten verbonden worden met plekken die minder ontwikkeld zijn. In veel Westerse landen heeft men meer kennis en ervaring, en tegenwoordig kan die gedeeld worden! Dat is heel belangrijk, dan kunnen we het 'level' van het hele leven ook in Afrika vooruitbrengen. Westerse organisaties kunnen dus heel waardevol zijn in andere delen van de wereld, door die connecties te leggen en kennis te delen."

 

 

 

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

“We moeten onze organisaties goed managen. Je moet ten eerste een plan hebben, en we hebben funds nodig, maar die moeten dan wel goed aangewend worden! Dit is soms nog wel eens een probleem in Afrika. Westerse organisaties moeten dit goed monitoren, in de gaten houden waar hun hulp naartoe gaat.

Sommige mensen komen ook gewoon hier naartoe en willen helpen, maar weten van Afrika en alle omstandigheden nog niet zoveel. De intentie is in principe goed, maar vaak word het of voor henzelf heel moeilijk hun doelen te bereiken of zich hier uberhaupt te handhaven, of wekken ze verwachtingen en maken die vervolgens niet altijd waar. Belangrijk is dus: gebruik de lokale kennis die in Afrika aanwezig is, maar zie ook goed toe op het werk dat er gedaan wordt.”

 

 

 

d. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

“Voor ons kan ik zeggen: Alfred is niet echt een typische Afrikaan. Hij is Westers opgegroeid in de VS,en weet hoe het daar gaat. Hij heeft een goede opleiding en heel veel ervaring over hoe development kan plaatsvinden. Dit hebben de meeste Afrikanen die een project starten niet, en dat maak het extra moeilijk. Eigenlijk is dit vooral een gebrek aan opleiding waaraan het veel Arikanen ontbreekt in vergelijking met de Westerse wereld, denk ik.”

 

 

 

e. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

 

“Als je wil helpen, moet je naar de local people gaan, omdat zij vaak de hulp nodig hebben. Het is echter ook moeilijk om locals zelf hun problemen te laten oplossen. Soms moet je ook bewust over hen heen stappen en een niveau hoger inzetten om hen te helpen hun problemen op te lossen. Bijvoorbeeld, als ouders geen schoolfee's kunnen betalen, dan kun je die beter direct aan school betalen dan het geld aan kids of ouders te geven. Sommige beslissingen moet je voor mensen nemen.

Als mensen van buitenaf komen om in een bepaald gebied te helpen, is het ook belangrijk dat ze helpen via locals. Zij weten namelijk welke problemen er in de community spelen, en ook wat de beste oplossingen zouden kunnen zijn!”

 

 

 

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

 

“De impact van verkeerde beeldvorming over Afrika hebben we van dichtbij meegemaakt. Alfred heeft een klein safari-bedrijf rond de kilimanjaro, maar toen het nieuws over Ebola in west-Afrika zich over de wereld verspreidde, werden de boekingen uit Amerka en Europa massaal geannuleerd. En dat terwijl Europa dichter bij het ebola-gebied ligt dan het grootste deel van Tanzania!

Veel mensen die wel naar Afrika gaan doen dit op zo'n manier dat ze alsnog een verkeerd beeld krijgen van het continent. Zij vliegen hier naartoe, doen een enorm dure, luxe safari, slapen in de grootste en mooiste hotels, zien prachtige parken en kerngezonde dieren en stappen vervolgens weer vanuit de taxi in het vliegtuig naar huis. Deze mensen zien niet het echte Afrika Ze denken allemaal: alles zag er goed uit en als ik zoveel geld moet betalen voor mijn safari en mijn hotel, dan zal het daar wel goed gaan. Daardoor krijgen ze een verkeerd beeld van het continent. Door deze naiviteit zien mensen niet dat er nog heel veel moet gebeuren in Afrika!”

 

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

 

"Er is dus een verschil in het bestaande imago van het continent, tussen mensen uit het westen die invliegen, een safari doen en weer weggaan, en mensen die echt ons continent komen meemaken. De eerste groep zal zeggen; oh in Afrika gaat het goed, ik heb er veel geld achtergelaten en de dieren zagen er mooi uit.

De andere groep maakt het echte Afrika mee. Dit is een pure ervaring, maar daardoor niet makkelijker. Zij zien realiteit, dat er nog veel werk aan de winkel is. Dat is misschien een minder prettig imago, maar wel de realiteit."

 

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

"Het beeld dat de buitenwereld van ons continent heeft wordt ook vertroebeld, omdat de politiek in Afrika vaak niet transparant is en niet alles wat er gebeurd bekend wordt in Afrika. Vaak word er een facade opgehouden. De politiek is het eerste wat er moet veranderen, anders kan het continent niet vooruit. Daarnaast moet vooral ingezet worden op educatie. Beter opgeleide mensen, die kunnen het land vooruit brengen en het juiste imago van Afrika verspreiden!”

 

d. Wat doet het Future Stars-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?  

“Wij gebruiken voetbal als een verbindend middel om onze omgeving vooruit te helpen! Samen met andere organisaties overleggen we hoe we beter kunnen worden. Door in te zetten op educatie in een brede zin proberen we niet alleen de spelers, maar ook de leiders van de toekomst op te leiden!

Zoals ik al zei; onderwijs is doorslaggevend voor alles, ook voor de verandering van ons imago in het Westen. Wij zetten in op dat onderwijs, om zo een verschil te maken. Op de lange termijn zal dit ook ons imago veranderen.”