Interview: Grace Matovolwa

 

Grace's passie is design. Ze studeerde aan het Art College in Bagamoyo, Tanzania. Daarna kwam ze in contact met Rachel, die op dat moment haar eigen art-gallery had. Grace deed het management van de gallery en kwam na haar zwangerschap opnieuw in contact met Rachel, die op dat moment een nieuw project was begonnen: World of Weaving. Bij WOW, waar Grace productie-manager is, kon zij haar passie voor design combineren met het werken aan social development in Tanzania. World of Weaving integreert social development in haar business-model door de productie van haar producten te laten doen door vrouwen uit het platteland van Tanzania. Een interessant concept, waar In2Afrika meer over wil weten. In de Nafasi Art Space in Dar es Salaam spreken we met Grace over kunst, design, en de synergie van succesvolle business en sociale ontwikkeling.

 

 

Een interview met Grace, productie manager van WOW:

I Algemene Informatie

 

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

“Ik kende Rachel van toen ze nog een gallery had, en hier werkte ik voor haar. Dat was net na mijn studie. Toen ik met zwangerschapsverlof was in 2012, werd de gallery gesloten. Een paar maanden later had Rachel een nieuw project, World of Weaving, en ze vroeg me of ik mee wilde doen. World of Weaving is een bedrijf dat een lijn duurzame, high-end producten op de markt brengt, waarbij de productie ten doel heeft een groep vrouwen in ruraal Tanzania te 'empoweren' door ze nieuwe dingen te leren en een goed, stabiel inkomen aan te bieden. Mijn eerste opdracht was om naar een dorp op het platteland van Tanzania te gaan, 500km van Dar es Salaam, Ifakara. De vrouwen die hier wonen produceren handgeweven werk op traditionele Deense weefgetouwen, en Rachel exposeerde hun werk al in haar gallerij. Zelf hadden deze vrouwen zich al verenigd in de IWWA, de (Ifakara Womans Weavers Association). Ik ging naar het dorp om een assesment te doen van World of Weaving. De bedoeling was om de vrouwen extra weeftechnieken te leren, zodat ze voor de lange termijn voor World of Weaving konden gaan werken. Tegelijk begeleidde ik een aantal Nederlandse en Belgische ontwerpers en studenten in dit dorp, omdat zij samen met mij de wevers trainden. Op dit moment zijn we in de laatste fase van het ontwikkelen van onze eerste lijn producten, wat we samen gedaan hebben met Europese designers, hier in ons Research & Development Center in Dar es Salaam. Op dit moment zijn we hard aan het werk om orders binnen te krijgen, en om bijvoorbeeld een Europese markt aan te boren. Hoe groter ons merk wordt, hoe meer vrouwen we aan het werk kunnen zetten.”

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

“De belangrijkste impact is die op de communitie van weavers: doordat de vrouwen nieuwe skills leren en hun skillset uitbreiden, groeit niet alleen hun kunnen, maar ook hun mindset en mentaliteit. Opeens zien ze wat er allemaal kan, wat er ook voor hen mogelijk is.”

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

“Allereerst heb ik natuurlijk vooral een grote passie voor design. Vooral het design-gedeelte trok me enorm aan in dit project: nieuwe kleuren, patronen en producten bedenken. Dit is mijn achtergrond, hier hou ik van. Daarnaast denk ik dat ik een skill heb in management, want het is soms heel moeilijk werk met de weavers in het dorp: ze veranderen constant van gedachte, zijn heel wispelturig. Het is heel moeilijk om creatieve mensen van iets te overtuigen want ze weten het altijd beter, maar uiteindelijk lukt het tot nu toe wel altijd. Dit is ook een motivatie voor mijzelf, een bewijs dat ik het goed doe.”

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

“Het unieke design, de kleren en patronen zijn onze grote kracht als product, als merk. Er gaat veel tijd en ook geld in zitten, maar dit maakt onze producten high-end en uniek, en daar streven we naar. Daarnaast geloof ik dat de mensen die voor ons werken enorm profiteren van WOW. Ze krijgen niet alleen een goed inkomen met hele goede arbeidsvoorwaarden, en ze krijgen ook een stukje personal development. Het is bijna een familiebedrijf. De combi tussen een goed business-model en sociale ontwikkeling is een belangrijke kracht.”

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

“Tot nu toe gaat de ontwikkeling van het project vrij voorspoedig. Er zijn wel obstakels zoals de communicatie met de wevers en het uitbreiden van de markt, maar die worden in het project tot nog toe relatief simpel overwonnen. Het zijn geen grote issues.”

 

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

“Voor mij is development het zorg dragen voor de bazale levensvoorwaarden voor alle mensen: zorgen dat mensen de noodzakelijke dingen die ze nodig hebben om een eervol leven te leiden ook echt kunt krijgen. Development is voorzien in duurzaamheid, sustainable living. Dan heb ik het met name over zaken als gezondheidszorg en onderwijs. Development is dat mensen in deze dingen voorzien zijn, dat ze deze dingen kunnen doen.”

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

“Er zit een goede kant aan Westerse invloed in Afrika, maar soms heb ik het gevoel dat Westerse mensen alleen maar naar Afrika komen om de kansen af te pakken die wij als Afrikanen ook zelf kunnen pakken. Dit is een dubbel probleem, want wij Afrikanen zijn niet assertief genoeg om deze kansen zelf te pakken. Soms echter nemen de mensen uit het Westen ook opzettelijk onze kansen weg. Dit zie je vooral veel in de private sector.”

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

“Een grote valkuil is naar mijn mening dat veel Westerse ondernemingen die hier komen werken, alle goede resultaten die ze boeken weer mee terug nemen naar Europa, in de breedste zin van het woord. Ze vestigen zich hier, verdienen geld, maar nemen alle profits mee terug naar Europa. Daarnaast laten ze bijvoorbeeld ook hun kinderen hier niet werken (of wel studeren maar niet werken) en laten ze dan in Europa dokter of ingeneur worden. Ze kiezen de makkelijkste weg, terwijl ze veel aan ons land te danken hebben. Ik vind dat ze vaker meer werk en passie zouden moeten stoppen in het bijdragen aan de Afrikaanse samenleving, door hier ook iets achter te laten. Ze willen niet in Afrika zijn omdat de omstandigheden hier relatief minder goed zijn in vergelijking met het Westen. Maar ze moeten ons juist onderstenen om deze omstandigheden te verbeteren!”

 

d. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

“Een groot probleem is in mijn ervaring dat voor Afrikanen bijvoorbeeld de drempel veel hoger om funds te verkrijgen..Er is weinig vertrouwen in Afrikanen, in dat ze zelf dingen kunnen bereiken, dat ze betrouwbaar zijn. Dit is een groot obstakel.”

 

e. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

“Volgens mij zijn dit twee goede principes, want veel organisaties denken meteen heel groot. Er kan echter heel veel gedaan worden op kleine schaal, omdat je van klein naar groot kunt groeien. Het is meer waard om van 1 naar 5 te groeien, dan om meteen op 5 te beginnen. Tegelijkertijd moet je ook niet bang zijn om te groeien wanneer dit mogelijk is. Dit is ook de opbouw van World of Weaving. We zijn klein begonnen, groeien nu stukje bij beetje, en hoe groter we worden hoe meer we ook qua sociale ontwikkeling kunnen bereiken.”

 

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

“Ik ben zelf wel vaker in Europa geweest. Het beeld is vooral negatief voor mijn gevoel: geen eten, water, electriciteit of wegen en alleen maar oorlog. Dit was ooit misschien zo, en op een klein aantal plekken nog steeds, maar Afrika verandert! We hebben nu dezelfde problemen als Westerse landen. Deze ideeen over Afrika zitten in het Westen echt ingebakken, maar Westerse mensen gaan niet naar Afrika om te kijken hoe het echt is! Ik weet zeker dat jullie, als jullie terug gaan naar Nederland, een heel ander beeld hebben en veel andere verhalen hebben dan de dingen die je van tevoren gehoord hebt.”

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

Als je dingen wilt beweren of aannemen over Afrika, kom dan wel met de juiste feiten en ga eerst zelf uitzoeken wat de waarheid is! Dan pas mag je oordelen. Westerse ideeen over Afrika zijn vaak gebasseerd op standaard-beelden die al heel lang bestaan, maar doordat mensen niet zelf de waarheid uitzoeken blijft dit onjuiste beeld bestaan.

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

“Het probleem is tweezijdig, en ligt zeker ook voor een belangrijk deel bij Afrikanen zelf, bij hun mentaliteit. Afrikanen zien westerse, blanke mensen als 'easy money' en storten al hun problemen bij hen uit. Hier moeten we mee stoppen! De problemen die ze aan de hen vertellen zijn bovendien helemaal niet waar, maar creeren wel een bepaald beeld van Afrika. We moeten ophouden blanke mensen als pinautomaat te zien.

Daarnaast is het ook een probleem van de Westerlingen. Het is hun verantwoordelijkheid beter uit te zoeken wat feit en wat fictie is.”

 

 

d. Wat doet het World of Weaving-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

“WOW straalt uit dat Afrika niet alleen maar 'arm' of 'beperkt' is. We laten de wereld zien dat wij, en onze mensen, skills hebben en dat we daar bovendien ook een succesvol bestaan uit kunnen opbouwen, volledig zelfstandig! Bovendien laten we zien dat we een functionerende, succesvolle business kunnen opzetten en daar ook nog eens sociale ontwikkeling aan kunnen koppelen.”