Interview: Cyril Pemba Phiri and Mannix Chiwone

 

We spreken Cyril Pemba Phiri in zijn kantoor op het complex van de Sishemo Education Trust in Lusaka. Inmiddels is de Trust een aanzienlijke school met tientallen lokalen waar leerlingen van de crèche tot 7th grade terecht kunnen. Phiri weet echter van hoe ver Sishemo komt. Op deze zelfde plek begon men ooit met één gekunseld bouwwerk van een aantal pilaren met een zeil erover, en het grote verlangen kwetsbare kinderen uit Lusaka onderwijs aan te bieden. Inmiddels is Sishemo uitgegroeid tot een organisatie met sterke wortels in de delen van Lusaka waar ze haar werk doet. De organisatie biedt niet alleen onderwijs aan , maar probeert sterke mensen met veel zelfvertrouwen op te voeden. Bovendien stopt Sishemo niet wanneer de kinderen uit de poort lopen. Ook de thuissituatie van de leerlingen wordt aangepakt. In Lusaka spreken we Cyriol over de lange weg die Sishemo heeft afgelegd, de leerlingen van nu en de doelen van de toekomst. Project-manager binnen Sishemo Mannix Chiwone vult Phiri aan.

Een interview met Cyril Pemba Phiri en Mannix Chiwone:

I. Algemene Informatie

 

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

Helemaal in het begin zijn we klein en bescheiden begonnen. Wij (Meneer en mevrouw Phiri) begonnen in '86 een kerk, Restoration Ministries genaamd. Via onze kerk verenigde een aantal vrouwen zich, om elkaar te helpen met een aantal problemen binnen de gemeenschap. Via deze vrouwengroep is later 'Children helping Children' opgericht, om jonge jongens en meisjes als Mannix hun minder bevoorrechte leeftijdsgenootjes te kunnen laten helpen. Na een tijdje kregen we door dat we iets structureler te werk moesten gaan om deze kids echt een betere toekomst te kunnen bieden. Toen zijn we op een heel bescheiden schaal een schooltje begonnen (in 1998, bijna 15 jaar geleden nu) voor wezen en kwetsbare kinderen. Precies op de plek waar nu de grote school staat, maar toen was er slechts één tent met een doek eroverheen. Op dat moment is Sishemo (wat empathie betekend) opgericht, als sociale ontwikkelings-tak van de kerk. Het doel van Sishemo was om kinderen onderwijs te bieden, in de meest brede zin van het woord. Holistic education noemen we dat. Dit houdt in dat we niet alleen werken aan lezen, schrijven en rekenen, maar de kinderen ook lessen over zelfbeeld, waarden, idealen etc. bieden. Échte bagage voor de rest van je leven. In het begin betaalde de kerk grotendeels, maar dit was geen duurzame opzet. Toen hebben we besloten om de school groter te laten worden en ook studenten toe te laten die wél schoolgeld konden betalen. Dit kon alleen maar omdat we inmiddels een hoge onderwijsstandaard hadden, waardoor veel ouders hun kinderen naar onze school wilde laten gaan. Omdat we dit holistische onderwijs aanhangen, kunnen we niet stoppen met het vormen van de levens van onze studenten wanneer ze na schooltijd de school verlaten. Hun thuissituaties zijn vaak moeilijk, en kunnen ondanks hun opleiding hier binnen Sishemo toch veel negatieve invloed hebben op hun levens. Daarom hebben we ervoor gekozen om ook de thuissituaties te 'empoweren', om de gezinnen van de kinderen ook van alles aan te bieden: het leren van skills en ambachten, of werk binnen Sishemo. En dit allemaal om de achtergrond van de kids ook te verbeteren, allemaal vanuit die holistische filosofie.

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

Het belangrijkste is dat we zien dat kinderen met zelfvertrouwen de rest van hun schoolcarriere en de rest van hun leven tegemoet gaan! Zelfvertrouwen is erg belangrijk voor de groep extra kwetsbare kinderen, en we zien onze kinderen echt groeien. Dit zelfvertrouwen stimuleert niet alleen hun eigen leven, maar ook dat van hun hele familie en omgeving! Op ons schoolplein kun je niet zien welke kinderen onder de OVC's vallen en welke niet.

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

Cyriol: Empatie en een liefde voor kinderen, dat zijn de twee belangrijkste dingen. Het zijn stuk voor stuk goeie mensjes. Geef ze een kans, en ze kunnen allemaal goede dingen doen.

Mannix: Alles wat we doen is gebasseerd op liefde en mededogen, op het idee van 'could have been me'. Oftewel, het besef dat jou lot net zo goed dat van de kinderen in de slums had kunnen zijn. Hier moet jij je van bewust zijn, en de liefde voor de medemens is iets waar ik s'ochtends mee opsta en waar ik elke dag de energie uit haal om voor Sishemo te werken. Ik wil mijn leven graag wijden, al mijn aandacht geven aan de ontwikkeling van deze levens.

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

“De mensen, de staf maakt Sishemo enorm sterk. We zijn enorm gezegend met het feit dat we mensen rondom ons hebben als Mannix etc., die zoveel tijd en energie willen opofferen puur en alleen voor het gezamelijke doel dat we voor ogen hebben. De organisatie wordt gedragen door een enorme groep vrijwilligers en de kleine groep vaste werknemers krijgt niet eens altijd betaald. Soms hoor ik hun magen knorren van de honger, maar ze gaan er toch elke dag weer even hard tegenaan.”

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

C: “We proberen altijd te richten en te pushen voor uitmuntendheid, we moeten nooit achterover zitten en altijd bekijken of we nog op de juiste weg zijn naar onze doelen. Onze grootste uitdaging voor de toekomst is Sishemo uit te breiden tot een 'secundairy school' en uiteindelijk zelfs een universiteit! De bezieling is er, maar de middelen moeten we stap voor stap verzamelen. Dit hebben we ook geleerd: hoe we moeten plannen om op de lange termijn onze middelen voor elkaar te hebben, zowel peroneel als financieel.”

M: “Verder zijn er ook wel kleine andere zaken uit het verleden waar we van geleerd hebben: Hoe we het beste les kunnen geven, wat het beste onderwijssysteem is, hoe we op de beste manier de juiste OVC-leerlingen kunnen selecteren. We hoeven geen spijt te hebben van onze fouten, maar we proberen er wel van te leren.”

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

“Enhancement". Dat is de kern. De definitie van ontwikkeling is iets vanuit een bepaald uitgangspunt naar een betere positie brengen, of het nu een mens of een gemeenschap is. Daarbij is ontwikkeling voor mij echt mensenwerk. Een mens kun je op vele verschillende manieren ontwikkelen: intellectueel, emotioneel, fysiek. Dat is voor mij development. Je kunt mensen materieel zoveel vooruit helpen als je wil, maar het is belangrijk ze intrinsiek te veranderen.”

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

“Development-aid is een vage term. Je kunt een hoop doen, je kunt mensen een hoop bieden: bouw een nieuw ziekenhuis, sla een waterput. Belangrijk is echter dat, hoewel je mensen een hoop kunt geven, je de mensen intrinsiek weet te veranderen. Anders heeft het geen zin, wat je ze ook geeft. Het grote risico van development-aid is afhankelijkheid. Wanneer je mensen van alles geeft maar je leert ze niet hoe ze er zelfstandig mee om moeten gaan, heb je nog niks bereikt. Daar bovenop is afhankelijkheid vanuit een Westers perspectief echter soms ook een middel om andere delen van de wereld bewust afhankelijk te houden van haar hulp!”

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

“Ten eerste is dus de vraag of Westerse organisaties oprecht richten op ontwikkeling, of op het bewust creeren van afhankelijkheid.

Ten tweede is het niet per definitie het probleem van de Westerse landen om de problemen in andere delen van de wereld op te lossen. De ontwikkelinsgebieden moeten niet hulp vanuit andere plekken en van andere mensen 'for granted' nemen. Ze moeten (weliswaar geholpen door het Westen) hun eigen boontjes kunnen doppen.

Vervolgens is het ook van belang dat je een soort van 'adapter' nodig hebt om de hulp van het westen lokaal te transformeren tot bruikbare materie die echt development kan brengen. Dit noem ik een prisma: iemand die de Westerse hulp omzet in iets waar mensen zelfstandig mee vooruit kunnen in niet Westerse gebieden.”

 

d. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

“Eerst en vooral is er het probleem van oprechtheid. Veel Afrikanen willen niet écht hun maatschappij ontwikkelen, maar zijn uitsluitend uit op het geld dat er in de 'development business' zit. Ze hebben een stichting maar uiteindelijk komt het geld meer in hun eigen zakken terecht dan bij de echte belangrijke dingen.

Daarnaast is er ook nog een groep die oprecht graag verandering wil zien, maar die geen goede filosofie heeft om echt praktische veranderingen teweeg te brengen. Goede bedoelingen alleen zijn niet genoeg.”

 

e. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

“Grote NGO's zijn vaak erg log en gebruiken veel van hun middelen aan overheadkosten die niet nodig zijn. Als je daar naar kijkt is kleinschalig werk veel effectiever. Bovendien is lokale invloed inderdaad belangrijk, precies vanwege het idee van het prisma: je hebt lokale kennis nodig die hulp op maat transformeert naar de behoeften van de lokale bevolking, en ze er bekend en zelfstandig mee maakt.”

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

C: “Ik geloof dat het imago en idee over Afrika in het Westen in wezen niet veel veranderd is sinds de 16e eeuw, toen het 'the dark continent' werd genoemd. In die tijd was er weinig bekend over Afrika, blanken gingen er naartoe en kwamen niet terug en de mensen die terugkeerden hadden de onderontwikkeling van Afrika gezien. Vijf eeuwen later hebben wij óók betonnen jungles in plaats van echte jungles, maar worden we nog steeds gezien als 'dark', alleen om andere redenen: Afrika wordt gezien als het continent van oorlog, ziektes en corruptie.”

M: “Er is echt een hoop ignorance over Afrika. Het is echt een issue van een gebrek aan juiste kennis en interpretatie, en een gebrek aan real-life interactie met Afrika en wat het écht is.”

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

“Deels heeft ons continent het beeld natuurlijk aan zichzelf te danken. Afrika heeft zichzelf niet echt geholpen. De Xenofobia-attacks nu in Zuid-Afrika geven niet bepaald een goed imago van Afrika. Van de andere kant is het natuurlijk vooral een beperkt en eenzijdig beeld van het continent.”

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

“Wat we nodig hebben is een oprichting van 'het nieuwe Afrika', van een nieuwe generatie Afrikanen die laat zien wat hun continent allemaal kan.

Tegelijkertijd is een goede, correcte berichtgeving over Afrika van belang. Stereotypering is een echte beperking: niet overal in Afrika is ebola. Bovendien is het van belang om je niet te laten leiden door de rotte appels. Voor iedere slechte Afrikaan vind je tien goede Afrikanen!”

 

d. Wat doet het Sishemo-project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

“Ons primaire doel is om de mentaliteit van onze eigen studenten te veranderen. Als wij goede degelijke mensen voortbrengen, kunnen zij ons continent vertegenwoordigen, de nieuwe Afrikaan zijn. Wanneer zij de exponent van de Afrikaan van de toekomst gaan zijn waar mensen mee in aanraking komen, zal het beeld van Afrika automatisch veranderen. Verandering van het imago heeft een tweesprong nodig: Afrika moet veranderen, en Europa moet ook veranderen in haar perceptie en weergave van Afrika. We hebben elkaar nodig!”