Interview: Bram & Elias, Stijn & Mr. Kalima

 

Voor GKMT doen we ons interview even iets anders. We verdelen de drie vaste onderdelen van het vraaggesprek deze keer. Omdat de stichting met vier grote, veelal afzonderlijke projecten werkt, vroegen we voor deel I twee personen om hun verhaal te doen over het project waar zij in thuis zijn, Bram Sol en Stijn Geijbels.

Voor deel II en III, over ontwikkeling en beeldvorming, spraken wij met mr. Kalima, bestuursvoorzitter voor GCMF.

Deel Ia: Stijn en Elias

Stijn Geijbels is drie jaar geleden met zijn vriendin Kathleen vanuit Leuven naar Zambia vertrokken. Samen werkte zij bijna twee jaar voor GCMF. Tijdens dit dienstverband zette hij zich onder meer in voor het opnieuw inrichten van het Ibala-project. En met succes. Het project is in Ibenga inmiddels aan zijn tweede jaar bezig en heeft onder leiding van Stijn en GCMF de juiste formule gevonden. Stijn en Kathleen zijn nu volop bezig met hun eigen project in Ibenga: het opzetten van een income-generating guesthouse voor het nabijgelegen ziekenhuis, onder de naam Kamutamba. Met Stijn en hoofddocent Elias spreken wij over de Ibala-tak van GCMF.

 

Een interview met Stijn Geijbels en Elias, over het Ibala-project:

 

I. Algemene Informatie

 

A Kunt U in het kort de ontstaansgeschiedenis beschrijven van het Ibala-project?

Stijn: Al ver voordat wij drie jaar geleden richting Zambia kwamen, was er binnen GCMF een opzet geweest voor een agrarische school, onder de noemer Ibala. Deze opzet, onder leiding van de huidige secretaris van GCMF Wim Mensink, was uiteindelijk niet erg succesvol. In eerste instantie werd er in korte tijd heel veel gedaan, maar vervolgens was de juiste follow-up er niet. Na onze aankomst in Zambia zijn wij toen gaan denken over een duurzamere opzet van deze agrarische opleiding.

Een groot probleem was het voor langere tijd binden van de studenten. We zijn toen samen met Elias gekomen tot een aanpak waarbij de deelnemers wel inschrijfgeld en cursusgeld betalen. Dit maakt de drempel in eerste instantie hoger, en de commitment uiteindelijk groter. Het cursusgeld krijgen de deelnemers uiteindelijk terug in de vorm van alle materialen die ze voor hun landbouw nodig hebben: kruiwagens, scheppen, maar ook de zaden voor de gewassen. In principe is de cursus dus ' gratis'.

Ibala is nu een driejarig curriculum, gebaseerd op wat we in Europa werkend leren zouden noemen. De studenten komen een dag per week onderwijs volgen op onze school, waarbij ze gezamenlijk op het stuk grond bij de school gewassen verbouwen. Het eerste jaar ligt de nadruk op de basis van de biologische landbouw en crop-rotation, op de grond bij de school. Men begint dan ook met het opzetten van ieders Ibala-veld thuis. In het tweede jaar werken de leerlingen alleen nog maar op dit eigen stuk grond dat ze thuis op hun boerderij volgens onze regels verbouwen. Wij monitoren deze stukken grond dan bij de leerlingen thuis, als een soort huiswerk. De opbrengsten van dit stuk grond zijn uiteraard voor hun zelf! Zo gaan ze ook sneller de waarde van onze methodes inzien. Het derde jaar worden ze klaargestoomd voor het eindexamen, dat puur praktijk is. Laat ons op jouw stuk land zien wat wij jou de afgelopen jaren geleerd hebben!

Het uiteindelijke doel is om de school zelfvoorzienend te laten zien. Zoals gezegd krijgen de leerlingen voor het cursusgeld dat ze betalen materialen en gewassen van ons terug. Deze inschrijfkosten vullen we aan met de opbrengsten van de oogst bij de school. Volgend jaar krijgen we de eerste klas die 'afstudeert' van ons programma. Na dit derde jaar hopen we grotendeels zelfvoorzienend te zijn. Een volgende stap die het programma dan wilt maken, is het commercialiseren van de landbouw. De productie is nu veelal nog voor eigen gebruik, maar we willen naar een punt toewerken dat de door ons opgeleide boeren ook geld kunnen gaan verdienen. Dit willen we bereiken door collectiviseren van hun arbeid en door het inzetten op het verwerken van de opbrengsten, zodat er niet meer zoveel overschot is.

 

B Wat is de impact van het project sindsdien geweest op de lokale omgeving en bevolking (of een andere doelgroep van het project)?

Elias: In Ibenga zijn we inmiddels aan het tweede jaar van de eerste lichting studenten bezig. Van deze lichting zijn er absoluut een aantal afgevallen. De groep die nu over is, is echter wel absoluut overtuigd van onze filosofie van landbouw. De grootste impact is misschien wel dat alles wat onze studenten nu leren heel erg goed overdraagbaar is. Nu zij overtuigd zijn van onze biologische, duurzame manier van werken, kunnen zij deze kennis verder verspreiden. Hoe groter het spill-over effect, hoe beter.

 

C Wat heeft u, persoonlijk, gemotiveerd een ontwikkelingsproject in Afrika te ondersteunen?

Stijn: Ik denk dat ik een klassiek voorbeeld ben van de Westerse avonturier. Jarenlang had ik een goedlopend café in het centrum van Leuven en daarnaast nog een schrijnwerkersbedrijf. Ik had een goed leven. Maar toch wilde ik op zoek naar avontuur. Drie jaar geleden hebben we toen de knoop doorgehakt om naar Zambia te vertrekken.

Daarnaast heb ik een bepaald idee over ontwikkelingswerk. De hele sociale kant van ontwikkeling is eigenlijk niet voor mij. Dat ontwikkeling daarmee begint is wat mij betreft een heel Westers perspectief. In onze wereld zit 90% van de mensen er economisch prima bij, waardoor het sociale aspect meer op de voorgrond komt. Hier in Zambia is dat juist omgekeerd. Ik geloof heilig in dat de economische ontwikkeling voorop staat. Het beste wat je iemand kan bieden is een baan, een inkomen, een mogelijkheid om in zijn eigen bestaan te voorzien. Daarin wilde ik ondersteunen. Dat is precies wat we doen met het Ibala-project.

 

D Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

Stijn: Maar de kracht van Ibala ligt in het feit dat ze van het begin af aan ook thuis, op hun eigen grond onze methodes toepassen. Het is in Zambia namelijk heel belangrijk dat de studenten al vrij snel vruchten kunnen plukken.

Elias: De korte termijn, simpelweg overleven is hier gewoon heel belangrijk. Nu we dit in de opleiding hebben weten te verwerken nemen we die zorg voor de leerlingen deels weg.

 

E Wat is, volgens u, de grootste uitdaging / een punt dat nog verbetering behoeft?

Elias: Een van onze grootst uitdagingen is het aanhouden van de studenten. In de loop van het programma vallen er altijd leerlingen af, omdat de opleiding toch meer werk is dan ze dachten. Pas op, het onderwijs is voor de leerlingen niet het enige dat ze moeten doen. Het is geen prioriteit, in deze maatschappij komen andere zaken eerst. Daarom geven we ook bewust maar een dag in de week onderwijs. Het afvallen van leerlingen blijft ondanks alles een uitdaging.

Een andere uitdaging is het overtuigen van sommige studenten. Sommige van de leerlingen zijn ervaren boeren, die misschien al meer dan 30 jaar in het vak zitten. Probeer die na zo'n lange tijd nog maar eens iets anders aan hun verstand te brengen. Ze zijn vaak ook nog eens heel koppig. Maar ze hebben zich niet voor niets ingeschreven voor de opleiding, dus meestal komt dit wel goed.

Daarbij is een andere uitdaging het innen van het cursusgeld. Klinkt heel stom, maar veel studenten stellen dat ze het geld wel betalen van de opbrengsten die hun land ze in de toekomst zal gaan geven. Maar zoveel tijd hebben wij vaak niet, haha! Praktisch probleempje. 

 

 

Deel Ib: Bram Sol

Bram Sol is bouwkundige en manager van VTC-project binnen GKMT. Geboren en getogen in Drenthe, maar al snel was Nederland te klein voor hem. Bram studeerde af in Nicaragua en werkte voorheen al 7 jaar in Chilli. In 2013 ontmoette hij Ton Korsten, die een vacature voor een bouwkundige had bij het Vocational Training Center, een project van haar organisatie GKMT in Mpongwe, Zambia. Al snel ontstond er een band tussen Ton en Bram en hij kreeg dan ook de baan. Inmiddels zit Bram al 2 jaar in Mpongwe als manager van het VTC-project. In het GCMF guesthouse spreken we met Bram over zijn VTC.

 

Een interview met Bram Sol:

 

I. Algemene Informatie

A Kunt U in het kort de ontstaansgeschiedenis beschrijven van het VTC-project?

In 2010 is het VTC-project opgestart onder de vlag van GCMF, naar een idee van Ton en George Korsten. Wat hen opviel bij hun bezoeken aan Zambia was dat er enorm veel jongeren werkeloos waren, en dat er daarnaast weinig goede vakmensen beschikbaar waren in Mpongwe. VTC is daarbij bovendien uit nood geboren: het idee is ontstaan toen er erg veel moeite was om geschikte werklui te vinden om het guesthouse te bouwen. Hiermee ontstond het idee dat het belangrijk was om de jongeren in Mpongwe een vak, een skill te leren.

In maart 2011 werd er een vergunning aangevraagd om de grond te verkrijgen en om te mogen bouwen. Inmiddels lag er in Nederland bij Hogeschool Zuyd een opdracht om een ontwerp te maken voor het VTC, en was uit de verschillende inzendingen een ontwerp gekozen. Nadat men in november 2011 was begonnen met bouwen, is er vrij snel ingegrepen omdat er niet volgens plan en met verkeerde materialen gebouwd werd. Toen zijn er wat mensen bijgehaald (o.a. een nieuwe manager en een bouwteam uit België), en die hebben het project een nieuwe impuls gegeven. Er werden goede betonnen funderingen gelegd, spanten en rieten daken, en dit alles van duurzaam lokaal materiaal. Vervolgens kwam er een nieuwe manager, en die constateerde al snel dat er problemen waren met de begroting en de vergunningen. Ook werd het project zo groot dat er echt een bouwkundige nodig was. Toen werd ikzelf bij het project gehaald. Ook financieel werd het hele project veel groter dan het was begroot, wat bij het Nederlandse bestuur moeizaam ontvangen werd. Op dat moment hebben we besloten de plannen voor de bouw op te delen in 4 fases, die we een voor een gaan uitvoeren. Op dit moment zijn we fase een aan het afronden, een belangrijke eerste stap. Na een aantal pogingen zullen we aankomende september met de eerste klassen beginnen.

 

B Wat is de impact van het project sindsdien geweest op de lokale omgeving en bevolking (of een andere doelgroep van het project)?

De impact tot nu toe moet absoluut niet onderschat worden, ondanks dat er nog niet daadwerkelijk onderwijs wordt gegeven. De 40 bouwvakkers die voor VTC werken en voorheen geen loon hadden, hebben nu opeens allemaal geld voor hun gezinnen. Daarnaast is een hele grote, maar minder zichtbare impact dat de grond rondom het project enorm in waarde gestegen is. De district-council maakt nu plannen voor allerlei gebouwen en bestemmingen voor het gebied, allemaal omdat het VTC er nu staat! Daarnaast heeft het project gewoon veel algemene 'spillover' in heel Mpongwe. Mede dankzij heel GCMF is Mpongwe echt aan het groeien, Mpongwe is booming. Ten slotte zijn er ook nog wat kleine dingetjes: vrouwen en stagiaires die we af en toe werk kunnen geven op VTC, het voetbalteam dat ik met de bouwvakkers heb opgericht, ze hebben allemaal hun impact hier.

 

C Wat heeft u, persoonlijk, gemotiveerd een ontwikkelingsproject in Afrika te beginnen?

Zelfs ondanks dat ik het kleiner had ingeschat, zag ik het VTC toen ik solliciteerde in de eerste plaats als een echte bouwkundige uitdagend, een prestigieus project voor mij als bouwkundige. Het is ook wel een sexy project, zelfs voor een buitenstaander. Bovendien had ik bij mijn sollicitatie meteen een goede band met Ton, en dat vind ik ook belangrijk. Toen ik hier eenmaal kwam en constateerde dat er bouwkundig nog nauwelijks iets gedaan was, was het wel even slikken. Daarentegen is het dan ook wel weer een kick als je merkt dat je het allemaal onder controle krijgt. Ik vind het prachtig dat ik de mensen in Mpongwe op mijn manier kan helpen, maar mijn belangrijkste motivatie was dus vooral de bouwkundige uitdaging.

 

D Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project?

Ton zou zeggen: lesinhoudelijk is het project bijzonder! Het 'problem-based-learning' is iets wat men in Zambia niet kent, maar hier gaan wij wel mee aan de slag! In Zambia is onderwijs nog heel klassiek en passief, maar wij geven studenten een probleem en laten het ze zelf oplossen. Dit is dus wel iets bijzonders in Zambia.

Ik zelf vind de bouwkundige opzet van het project heel sterk. Het VTC is volledig gebouwd van lokale, duurzame materialen die enorm worden veredeld. In principe zijn het allemaal simpele materialen waaraan veel waarde word toegevoegd door hoe ze gebruikt worden. Dat is een heel sterk punt, wat mij betreft.

 

E Wat is, volgens u, de grootste uitdaging / een punt dat nog verbetering behoeft?

Helaas is de grootste fout heel eerlijk al lang geleden gemaakt en niet meer te herstellen, en dat is dat het onnodig zoveel duurder is geworden. Jammer genoeg is er te vroeg begonnen met een te zwakke fundering, en hebben we er te laat echt een bouwkundige bijgehaald. Misschien hebben we alles iets te snel gewild. Daar moeten we nog steeds mee uitkijken. De les is: loop jezelf niet voorbij, geleid door blinde ambitie, maar plan voordat je ergens aan begint. Ik denk dat dit een belangrijke les voor ons is geweest.

 

 

 

 

 

Deel II en III: Ontwikkeling(shulp) en beeldvorming

Voor dit onderdeel spreken we met mr. Kalima. In 2001 was hij al betrokken, toen het nog allemaal church-based was. Ton was 20 jaar geleden te gast bij het MBA guesthouse. Toen zag ze inderdaad wat dingen die ze kon doen, ze kreeg er een passie voor voor de kwetsbare en wezen. Toen was Kalima hoofdleraar in een school. Met de school ging het niet zo goed. Omdat in het begin alles church-based was, kon Ton niet altijd veranderen hoe ze het wilde. Toen hebben ze besloten om voor zichzelf te beginnen, met GCMF.

 

Over de activiteiten van GKMT: Construction of schools, boreholes, helping women (die dan weer wezen en kwetsbare kinderen konden helpen), opzetten van community home. OVC was eigenlijk er het eerste. In het begin 100 kinderen, maar het neemt nu heel erg af. Dit komt vaak omdat er veel een examen niet halen om naar 8th grade te gaan. Dan vallen ze af, en verdwijnen ze uit het programma. Op die manier is het beter om een kleine groep te behouden, dan met zoveel afvallers te moeten werken.

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

A Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

Ten eerste gaat development over mensen: de mindset van mensen veranderen. In meer algemene zin moet Afrika ook ontwikkelen, op allerlei gebieden tegelijk: dierenwelzijn, infrastructuur, toerisme, gezondheidszorg, en ga zo maar door. De persoonlijke en de algemene ontwikkeling gaan hand in hand.

 

B Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

Het hangt af van de manier waarop het gebeurd. Je moet niet zomaar iets geven zonder voorwaarden, want er moet wel het goede mee gebeuren. En als je mensen maar steeds hulp geeft, denken ze niet meer na over wat ze zelf kunnen doen, hoe ze hun eigen problemen moeten oplossen! Afrikanen worden dan heel passief, ze stoppen met het gebruiken van hun 'free mind'. Tegelijkertijd zit er aan aid vaak ook een enorme bulk aan voorwaarden (IMF's SIP's bijvoorbeeld). Je kunt mensen dus hulp geven, maar je moet ze ook een bepaalde vrijheid geven om zelf te bepalen wat ze ermee kunnen doe, waar de behoefte ligt.

 

C Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

Het gaat dus om een balans tussen vrijheid en begeleiding/sturing in het ondersteunen van de ontwikkeling in Afrika. Geef Afrikanen vrijheid voor eigen initiatief, maar zorg ook dat je in de gaten houdt dat de ontwikkeling de juiste richting op blijft gaan, en wat er met je hulp gebeurt.

 

D Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

Het grootste obstakel voor Afrikanen om aan ontwikkeling te beginnen is dat velen het kapitaal niet hebben, of andere middelen zoals land. Ik denk dat je altijd een bepaald kapitaal nodig hebt hiervoor, en slechts weinig Afrikanen hebben dit.

 

E Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

Locals waarderen wat GCMF heeft gedaan voor hun community. Je ziet nu ook dat de locals managementfunctie gaan betrekken binnen de organisatie, en sowieso werkt GCMF met allemaal locals als werknemers. Binnen VTC bijvoorbeeld is het principe ook dat we alleen maar locals aannemen, mits er een geschikt iemand te vinden is. Voor het guesthouse en de VTC is het ook de bedoeling dat het volledig gerunt gaat worden door locals. Ik denk dat dit een goede insteek is, maar het is ook belangrijk dat hulp van buitenaf de locals ondersteunt waar nodig is, waar kennis of middelen ontbreken.

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

A Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

Africa is zich nog steeds aan het ontwikkelen, en het is niet te vergelijken met jullie wereld. Het meest ontwikkeld is denk ik zuid-Afrika, maar dit komt ook door de sterke buitenlandse invloed hier. Verder denk ik dat het beeld van Afrika in het Westen wel aan het veranderen is. Vroeger, nog voordat ik geboren was, werd het gezien als een ' dark continent'. Als je erheen zou gaan, zou je het er niet levend vanaf brengen: je verdronk, werd vermoord of opgegeten door een leeuw. Locals zouden alle vreemdelingen aanvallen. Ik denk dat dit beeld inmiddels flink aan het veranderen is, en al veranderd is. Mensen weten steeds meer en steeds beter over Afrika.

 

B Wat is uw mening over dit imago?

Het huidige imago is al veel beter dan dat van vroeger. Er is ook veel meer kennis en inzicht in het continent natuurlijk. Veel meer mensen komen hier, en kunnen een realistisch beeld van ons continent overbrengen richting de Westerse wereld.

 

C Hoe moet dit imago veranderd worden?

Wij Afrikanen hebben andersom ook een beeld van het Westen: dat we niet volledig geaccepteerd worden, dat er nog steeds een hoop racisme bestaat. Ik ben zelf 2x in Nederland geweest, en mijn ervaring is dat dit wel meevalt, en dat het vooral ligt aan een gebrek aan kennis. Kleine kinderen vonden mij soms eng, maar gewoon omdat ze nog nooit een donker iemand gezien hadden! Dit illustreert veel denk ik: als je ergens niks of te weinig van weet heb je er een onjuist beeld van. Meer en betere kennis over Afrika in het Westen is daarom belangrijk..

 

 

D Wat doet het GCMF project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

GCMF discrimineert niet, en iedereen is welkom. Er komen mensen van allerlei verschillende plekken en achtergronden, blank en zwart, en ze mengen op een goede manier. De beste manier om het imago van ons continent te verbeteren, is om mensen te laten zien hoe het hier echt is. GCMF creert een plek om dit te zien. Bovendien waarderen de mensen de ontwikkeling die GCMF brengt, en het imago van Afrika verbetert automatisch als het continent zich ontwikkelt!