Interview: Elias Chunga

 

Source Connection begon zo'n 15 jaar geleden met het opzetten van kleinschalige ontwikkelingsprojecten in het Kazangulu-district, ten westen van Livingstone. Zelfredzaamheid, kennisoverdracht en lokale coördinatie werden de steunpilaren waarop Source Connection haar projecten ging bouwen. Na een toerisme-project en een aantal watervoorzieningsprojecten, startte men in 2012 met het project 'Landbouw en voedselzekerheid in Zambia.' Via partnerorganisatie 'Farming Gods Way' kwam Source Connection in contact met Elias Chunga, die de lokale contactpersoon voor de landbouwprojecten werd. Elias is oprichter en pastoor van zijn Future Hope Church, gelegen in Libuyu, een buitenwijk van Livingstone. Daarnaast is hij werkzaam voor Farming Gods Way, waar hij trainingen verzorgt over organische landbouw, gestalt op de gedachte dat mensen slechts leiden door een gebrek aan kennis! Met Elias spraken we over wat God de mensen heeft gegeven, over de juiste insteek voor ontwikkelingshulp en de goede kanten van het eenzijdige Afrikaanse imago.

 

 

Een interview met Elias Chunga:

I. Algemene Informatie

 

a. Kunt u kort de ontstaansgeschiedenis van uw project beschrijven?

“Het contact met Source Connection startte in april 2012, toen ik Steven ontmoette via Francis. Francis heeft Steven en mijzelf aan elkaar voorgesteld, omdat we beiden met agricultuur bezig waren op dat moment. Steven wilde graag meer zien van Farming Gods Way, de methode waar ik een tijd daarvoor als priester mee in aanraking was gekomen. Vanaf dat moment hebben we Steven laten zien hoe we werkten, en heb ik Steven zelfs voorgesteld aan de directeur van Farming Gods Way, Grant. Met z'n drieën hebben we toen een hoop boeren in onze regio bezocht, die via ons met Farming Gods way werkten. Steven raakte overtuigd van de methode en op deze manier ontstond de band met Source Connection. We hebben vanaf dat moment een partnerschap gesloten.

Wat we met Farming Gods Way doen is echt lange termijn werk. We begeleiden boeren wel 6 jaar in het aanleren van de technieken en methoden om hun landbouw te optimaliseren. We geloven dat alles wat een boer nodig heeft gegeven is door God en dus voorhanden is. Wat we echt willen bereiken is een mindchange bij de boeren.”

 

 

 

b. Wat is sindsdien de impact geweest van het project, op de gemeenschap en de omgeving?

“De kennisoverdracht richting de boeren is erg belangrijk geweest. Kennis kan van niemand gestolen of afgepakt worden, als je die goed overbrengt hebben mensen die voor altijd. Als je alles op een presenteerblaadje aanreikt bereik je uiteindelijk niets. Het is echter ook een uitdaging, omdat we echt een change of mindset willen bereiken. Vaak hebben boerenfamilies al eeuwenlang op eenzelfde manier hun land bewerkt. Dan is het moeilijk om hen te overtuigen dat een andere manier beter is. Wanneer dit lukt, dan heb je écht impact.”

 

 

 

c. Wat heeft u persoonlijk gemotiveerd om dit ontwikkelingsproject te beginnen?

Als priest werk ik natuurlijk al tijden binnen de community. En ik zie de moeilijkheden binnen die community. Hier wilde ik graag iets in veranderen, zeker voor de armste mensen. Ik was ervan overtuigd dat ik met Farming Gods Way iets in handen had wat dit kon bereiken, iets wat echt een verandering kon maken. Ik ben overtuigd van de filosofie dat God zelfs de armste mensen met het land genoeg middelen heeft gegeven om een goed leven te leiden.

 

 

d. Wat is, volgens u, het sterkste punt van het project(Farming Gods way)?

“Het wegnemen van armoede bij de armste mensen, het doorbreken van de armoede op sommige plekken van de samenleving. Dat is echt onze core-missie. Van de kerk, maar eigenlijk ook wel van Farming Gods Way. Source Connection kan ons goed ondersteunen bij het bereiken van dit doel, door te zorgen dat er voldoende middelen zijn. Funding is belangrijk zodat we de leerprocessen bij de boeren goed kunnen monitoren en begeleiden. Daar helpt SC enorm in.”

 

 

e. Wat is, volgens u, de grootste uitdaging/valkuil voor het project?

“De grootste uitdaging is denk ik nog steeds om de bestaande manier van farming om te zetten door de mindset van de boeren te veranderen, en vervolgens om de mensen kennis te geven van onze methode en ze te laten transformeren tot meer succesvolle farmers voor henzelf en hun gezinnen. Dit is een grote uitdaging. Als dit op individueel vlak lukt kan dit bovendien een domino-effect veroorzaken: als andere mensen zien dat het werkt, willen ze ook FGW gaan toepassen.

Wat ook belangrijk is, is dat Source Connection blijft proberen hierheen te komen, met ons het veld in te gaan, hun visie geven en met ons discussieren over de voortgang van de projecten. Het persoonlijke contact is een uitdaging, maar het is erg belangrijk.”

 

 

 

 

II. Ontwikkelings(hulp) – Noord Zuid relaties

 

a. Wat is uw visie op sociale ontwikkeling?

“Mijn overtuiging is dat development altijd begint met jezelf. Persoonlijke ontwikkeling is belangrijk volgens mij. Wanneer jij bepaalde dingen niet begrijpt, niet kunt of nog niet ver genoeg bent, hoe kun je dan anderen helpen ontwikkelen? Zoals bij Farming Gods Way: eerst moet je de inhoud van de methode zelf goed onder de knie krijgen en dan pas kun je het in de praktijk brengen. Van daaruit kan alles zich ontwikkelen, kan het groeien.”

 

 

b. Er zijn veel Westerse organisaties die een ontwikkelingsproject beginnen in Afrika. Wat is uw algemene kijk op deze vorm van ontwikkelingssamenwerking?

“Er zijn natuurlijk verschillende soorten development aid. Het ligt er heel erg aan wat voor dingen westerlingen willen beginnen. Men doet allerlei verschillende dingen. Het geval is echter, dat een hoop van die projecten helemaal geen succes hebben gehad. In het algemeen maakt het mensen die 'geholpen' worden lui en afhankelijk van de hulp, terwijl deze hulp altijd onzeker en eindig is. Het is heel belangrijk om mensen iets te leren waardoor ze op een gegeven moment onafhankelijk voor zichzelf kunnen zorgen. Dat dit echter niet gebeurt, is naar mijn mening echt de schuld van de Westerde organisaties. Kijk naar hoe wij het doen: we geven mensen geen zaden, geen furtilizer, we geven ze alléén de kennis. Voor de rest laten we het over aan de persoonlijke overtuiging en motivatie van de mensen zelf. Dit creeert zelfstandige welvarende communities, en dát is development. We zeggen niet dat er geen hulp van buitenaf nodig is, maar de manier waarop is vaak niet juist.”

 

 

c. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Westerse organisaties die in het buitenland aan ontwikkelingswerk willen doen?

“De grootste valkuil is dus die verkeerde insteek van deze buitenlandse projecten. Je denkt mensen te helpen door ze dingen te geven, maar dit werkt niet! Je moet mensen empoweren, kennis geven, en ze moeten zich realiseren dat ze het voor zichzelf moeten doen, niet om iemand anders tevreden te stellen zodat ze iets van diegene krijgen. Bij Farming Gods Way krijgen mensen niks, behalve de handvaten om een succesvol eigen bestaan op te bouwen. Dát is volgens ons de juiste insteek.

Daarnaast moeten westerse projecten ook niet naar Afrika komen om zichzelf te pleasen, maar écht om de mensen te helpen om hun eigen te leven vorm te geven en te verbeteren. Je ziet nog te vaak dat de overtuiging uiteindelijk egocentrisch is.”

 

 

d. Wat zijn, volgens u, de grootste uitdagingen / valkuilen voor Afrikanen die hun eigen gemeenschappen willen ontwikkelen?

“Vaak is het voor Afrikanen vooral een geval van een gebrek aan middelen: zowel kennis als materiele middelen. Daarnaast moet je duidelijk zijn als je iemand wil helpen: Dit is wat ik bied, en hiermee moet je het zelf doen, en vóór jezelf. Wanneer de mensen zien dat je hen gewoon dingen geeft, worden ze afhankelijk van je en zodra je weg bent stort het project in. Je moet voorkomen dat mensen geen reden meer hebben om zelf te werken.”

 

 

e. Stichting In2Afrika neemt de civil society als uitgangspunt, waarbij kleinschaligheid en lokale projecten de basis vormen. Wat is uw kijk op ons uitgangspunt?

“Je moet inderdaad proberen door middel van de local community proberen een verschil te maken, want dit zijn vaak de mensen die écht ondersteuning nodig hebben. Hier is de verandering het hardst nodig, en hier zijn de mensen ook bereid met je te werken.

Wanneer je écht ene impact wil maken moet je het niet meteen groots willen aanpakken. Wanneer je klein begint, kun je echt een impact hebben. Vanaf klein kun je dan wel groeien. Wanneer je meteen enorm veel hooi op je vork neemt en je stort in enorme problematieken, wordt je 'opgeslokt'.”

 

 

III. Beeldvorming omtrent Afrika

 

a. Wat is, volgens u, het overheersende beeld dat het Westen van Afrika heeft?

“Veel Westerlingen hebben het beeld dat Afrika arm is, dat er slechte voorzieningen zijn, weinig kennis bovendien, en zelfs dat men samen met de dieren leeft. Vervolgens krijgen heel veel Westerlingen het gevoel dat ze Afrika moeten helpen.”

 

 

b. Wat is uw mening over dit imago?

“Dit imago is absoluut niet geheel onterecht, want je moet niet onderschatten hoeveel mensen er lijden op ons continent. Dit imago zie ik dan ook niet alleen als slecht. Het is wel een bekrompen en eenzijdig imago, maar het motiveert mensen in het Westen misschien wél om Afrika te helpen waar het echt nodig is! Het klopt dan misschien niet altijd evengoed, het zorgt wel voor activering bij sommige mensen.

Wat echter ook een nadeel van het eenzijdig beeld is, is dat er een hoop (inefficiente) hulp naar Afrika gaat, terwijl er ook nog andere plekken zijn waar mensen hulp nodig hebben, zélfs bij jullie in Europa!”

 

 

c. Hoe moet dit imago veranderd worden?

“Er kan verandering komen op het moment dat Afrika veranderd, op het moment dat Afrika zich ontwikkelt en zelfstandig wordt. Wanneer Afrika écht veranderd, zich ontwikkelt, dan zal het beeld van Afrika in het Westen ook veranderen. En we zijn aan het ontwikkelen maar er is nog heel veel educatie nodig, we hebben nog wel een lange weg te gaan.”

 

 

d. Wat doet de combi FGW-SC project eraan om een bepaald imago voor het project te creëren, en van het Afrikaans continent in het algemeen?

“Onze kennis verspreiden, het onderwijs dat er nodig is om ontwikkeling te laten plaatsvinden, dát is precies wat wij bieden. Daarmee bieden we een sleutelelement voor ontwikkeling aan, op de juiste manier: door mensen zelfstandig te maken.”