Lunch voor een Kind: een verslag

 

Een groter verschil met de drukte van Kampala is nauwelijks denkbaar. Op Bussi Island, een eiland gelegen ten Oosten van Entebbe in het Ugandese deel van het Victoria-meer, is rust een gegeven. De wind vanaf het meer en de vogels zijn meestal beter te horen dan de inwoners. Ten midden van deze omgeving ligt Bussi Primary School, een verzameling van 6 á 7 gebouwtjes die onderwijs huisvesten voor een verzameling van 100-150 leerlingen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar, en een groep leraren. Het is dit schooltje waarmee Milou van Mulken, oprichtster van het 'Lunch voor een Kind-project' in 2012 vrij toevallig in aanraking kwam. Wat begon als eenmalige gift van een lading schoenen voor de schoolkinderen, groeide uit tot een missie om alle kinderen dagelijks een schoolmaaltijd te kunnen aanbieden: Lunch voor een Kind.

Lunch voor een kind wil op een volledig duurzame manier de kinderen van de Bussi Primary School dagelijks voorzien van een lunch. Het geloof dat de kinderen met een goed gevulde maag meer profijt halen uit het onderwijs op de school is het basis-idee onder het project. Een volledig duurzame opzet moet voor deze maaltijd zorgen. Sinds 2013 werden er 2 hectare grond geprepareerd als tuin van de school, om zo de ingrediënten van de lunch zelf te kunnen verbouwen. De ouders van de kinderen werden al snel bij het project betrokken. In ruil voor de lunch voor hun kinderen, werken zij 2 dagen per week op het land bij de school. Op deze manier wordt een circulair systeem opgezet waarbij de ouders voor hun werk op het land beloond worden in de vorm van een lunch voor hun kinderen. Inmiddels houdt het project zich al lang niet meer alleen bezig met voedselvoorziening. Omdat de tuin, de ouders, docenten en het onderwijs zo verstrengeld zijn op een school als deze, probeert het project ook het onderwijs en de overige voorzieningen voor kinderen, ouders en docenten te verbeteren.

 

Samen met Joram Ndagga bezoeken wij 3 dagen het eiland en het project. Hij is de lokale steun en toeverlaat van Milou, met wie ze samen het project heeft opgezet. Joram vergezelt ons tijdens ons gehele bezoek aan Uganda, en bezoekt het eiland zelf bijna wekelijks. Op het eiland voeren wij in drie dagen een aantal verschillende taken uit. Ten eerste heeft In2Afrika samen met Lunch voor een Kind een project-groep van de Universiteit van Tilburg die voor ons een opdracht uitwerkt om de landbouwmethodes gebruikt in de tuin te optimaliseren. Voor deze opdracht heeft de groep ons een aantal taken meegegeven, die we voor ze gaan uitvoeren. Daarnaast wil Joram samen met ons deze dagen overleggen met de 'ouderraad' en het schoolhoofd over een nieuw rotatieschema van de gewassen op het land, om de oogst te optimaliseren. Ten slotte willen we tussen de bedrijven door een manier vinden om de ouders te kunnen motiveren om op het land te werken, wat de laatste tijd een probleem blijkt te zijn. Bij dit alles zullen wij met InAfrika bovendien beoordelen of er bepaalde knelpunten zijn die de stichting met haar ondersteuning kan verhelpen.

 

Een prachtige reis met een mini-bus en een rit van 16km op een bado-bado (motor-taxi), gevolgd door een stuk over het water in een gemotoriseerde kano leidt ons naar het eiland en de school. Na ons voorgesteld te hebben aan het schoolhoofd en een aantal van de leraren, gaan we direct in overleg met de hoofddocent over de bovenstaande zaken. Joram heeft ons in de voorgaande dagen op de hoogte gebracht van een aantal issues die er op dit moment spelen rond het project. Een van de belangrijkste problemen op dit moment is de steeds kleiner wordende groep ouders die in de tuin wil werken. Waar er in de beginperiode groot enthousiasme was onder de ouders, is er nu nog slechts een kleine groep over die het werk wil doen. Een belangrijke factor blijkt dat de ouders meer beloning willen voor het werk dat ze doen. Joram legt ons uit dat deze wens voortkomt uit het feit dat er andere, grotere organisaties zijn op het eiland van wie de ouders allerlei spullen en toelagen krijgen, terwijl ze daar relatief weinig voor hoeven te doen. De ouders raken min of meer verwend en gaan dezelfde zaken eisen van het Lunch voor een Kind-project. Het project biedt alle ouders op dit moment al een lunch aan wanneer ze komen werken, maar Joram legt uit dat het enorm moeilijk is de ouders het lange termijn belang van de lunches voor hun eigen kinderen aan het verstand te brengen. Is dit een kwestie van een slechte mentaliteit, of kun je het de ouders niet kwalijk nemen dat ze in hun omstandigheden voor gewin op korte termijn kiezen? Een moeilijk issue.

 

 

Na het overleg met de hoofddocent besluiten we de ouders, die op het land hebben gewerkt, bij elkaar te roepen om hun input te vragen voor een aantal zaken (Opvallend is trouwens dat er alléén moeders aan het project werken. Joram kan ons niet vertellen of de vaders te druk zijn met andere werkzaamheden, of dat dit een goed voorbeeld is van waarom veel ontwikkelingswerk in Afrika op vrouwen gericht is.) De vergadering is geheel in het 'Luganda', de lokale taal van Uganda, dus wij kunnen vooral begripvol knikken. Achteraf verteld Joram ons dat de meeting voor hem heel teleurstellend was. De ouders hebben ingestemd met een nieuw plan om een nieuw grond te gaan gebruiken om mais te verbouwen, maar hij vermoed dat ze deels gemotiveerd zijn door mogelijk persoonlijk gewin. Daarnaast hebben de ouders wederom gevraagd om meer materiële tegemoetkoming voor hun werkzaamheden, en hun wantrouwen uitgesproken over de bedoelingen en capaciteiten van Joram en het project. De ouders dreigen weg te lopen bij het project en aan het dalende leerling-aantal valt af te lezen dat ze hun kinderen meenemen. De duurzame oplossingen die het project hiervoor probeert te zoeken, zoals het aanbieden van een handwerk-workshop waarmee de vrouwen op lange termijn met hun crafts inkomen kunnen verwerven, wordt slechts gedeeltelijk opgepikt.

 

Na de lunch overleggen wij zelf met Joram. We besluiten een nieuw beplantingsschema te ontwerpen om de oogst te optimaliseren. Zo hoopt het project de kinderen in die toekomst iedere dag een lunch te kunnen aanbieden. Tegelijkertijd moet het vernieuwde schema ook ouders een nieuwe motivatie geven.

 

De volgende dag pakken we een aansluitend probleem aan: het gebrek aan leraren op de school. Bussi Primary is een overheids-gefinancierde school, wat inhoudt dat de overheid leraren selecteert en betaald om op het eiland les te geven. Het grote issue is dat de docenten echter vaak niet op komen dagen, omdat ze het salaris te laag vinden of de reis naar het eiland te ver en omslachtig. Hierop besluiten we een ronde langs verschillende scholen op het eiland te maken, om informatie in te winnen over de manieren waarop andere scholen leraren betalen en motiveren om naar het eiland te komen. Hoewel de informatie die we krijgen soms tegenstrijdig is, blijkt er een belangrijk verschil te zijn tussen publieke en private scholen, blijken naast salaris ook secundaire arbeidsomstandigheden zoals accomodatie, reiskosten en voedsel van belang, en blijkt zelfs de angst voor reizen over water een invloed te hebben. Het grootste probleem ligt echter bij de overheid die te weinig toezicht houdt op of de leraren die hun salaris opstrijken ook daadwerkelijk komen opdagen op het eiland. We besluiten dat we prioriteit moeten leggen bij de lunch voor een kind, omdat het belangrijkste is dat er ook daadwerkelijk een stabiel leerlingenaantal is om te voeden en te onderwijzen. We maken daarop het beplantingsschema, afgestemd op regenseizoen, inter-cropping en een uitbreiding van de tuin en de verschillende gewassen.

 

Op de laatste dag leggen we het nieuw ontworpen beplantingsschema voor aan de ouders. We maken een mooi schematisch opgezet plan over meer dan een jaar, gekoppeld aan een ook zelf geschetste kaart van de tuin. De ouders zijn redelijk enthousiast over de plannen, maar beginnen ook bijna automatisch weer over extra beloningen die tegenover dit extra werk dienen te staan. S'Middags vervolgens we ook nogmaals ons onderzoek naar de lerarenproblematiek op Bussi Island. We interviewen de hoofddocent op een andere openbare school, en merken dat hij dezelfde problemen heeft als Bussi primary: veel docenten vinden Bussi te ver en komen vaak niet opdagen. Toch moeten we concluderen dat Bussi Primary meer potentie heeft dan de meeste andere publieke scholen, met het oog op het aantrekken van leraren. Dit komt, omdat publieke scholen het, doordat het salaris van de docenten door de overheid betaald wordt, slechts kunnen concurreren om leraren op basis van secundaire voorwaarden: accommodatie, eten, en transport. Waar de andere publieke school slechts voor 3 docenten accommodatie kon bieden en geen voedsel verzorgde, is er volgens hoofdmeester Steven op Bussi Primary plek voor 10-12 docenten, en biedt men de docenten ontbijt en lunch aan. Bovendien zou men de docenten in de toekomst in potentie dankzij het Lunch-project ook avondeten kunnen aanbieden. Hoewel de secundaire voorwaarden op Bussi Primary dus goed lijken, blijft het moeilijk om de docenten naar de school te krijgen.

 

Het Lunch voor een Kind project heeft ons aangegrepen als een goed voorbeeld van zowel de highs als de lows van een kleinschalig ontwikkelingsproject. Het project is enorm veelbelovend en heeft ondanks beperkte middelen enorme potentie. Bovendien is het sterke punt van het project dat constant duurzaamheid en de lange termijn in het oog worden gehouden. De realiteit van het ontwikkelingswerk is echter dat de mentaliteit van de ouders veel meer gericht is op korte termijn en persoonlijk gewin. Dit lijkt onbegrijpelijk aangezien het project in potentie hun kinderen een dagelijkse lunch en daarmee een voedingsbodem voor een goede toekomst geeft, maar op het platte land van Uganda spelen andere issues een rol. De realiteit is dat er een aantal factoren tegelijkertijd gestabiliseerd moeten worden om het succes van het project te kunnen waarborgen: de voedselproductie moet worden geoptimaliseerd, zodat de kinderen op lange termijn dagelijks een lunch kunnen krijgen. Hiervoor is men echter afhankelijk van de ouders die op het land werken, en hun welwillendheid zal getriggerd moeten worden. Wanneer dit niet gebeurd is het risico dat ze stoppen met werken en hun kinderen naar andere scholen nemen. Het lerarenprobleem is daarom nu nog geen prioriteit, omdat eerst een leegloop van de school voorkomen dient te worden. Zo ver is het nog lang niet en er is geen reden tot paniek, maar de realiteit van Lunch voor een Kind is er een van werk in uitvoering.

 

Stichting In2Afrika gaat beoordelen hoe ze haar middelen zo kan aanwenden dat de ouders gemotiveerd kunnen worden om op het land te blijven werken zodat de opbrengst van de tuin geoptimaliseerd kan worden met het nieuw ontworpen beplantingsschema. Wij staan achter de duurzame aanpak van Lunch voor een Kind, en met de juiste ondersteuning kan op de lange termijn in dagelijks een lunch voorzien worden.